Column: Weg met top-down diversiteit: filosofeer liever zelf

Nederlandse studenten filosofie hebben behoefte aan een diverser aanbod filosofen. Aan de universiteit van Leiden kunnen studenten sinds dit jaar de bachelor Philosophy: Global and Comparative Perspectives volgen, waarin de aandacht uitgaat naar het Arabische, Chinese en Indiase gedachtengoed. Ook aan de Radboud Universiteit willen studenten meer top-down diversiteit. In een artikel van de Trouw van 18 december 2017 getiteld Weg met de hegemonie van de witte filosoof haalt de auteur een studente aan die zegt: ‘toen ik hier aan mijn master begon, viel het gebrek aan diversiteit me meteen op. Zowel de studenten, als de literatuur, als de docenten waren grotendeels wit en mannelijk.’

 

De studenten willen af van de hegemonie van de witte, mannelijke filosoof. Critici van de canon van filosofen vragen zich af: hoe kan filosofie ooit aantrekkelijker worden voor studenten met een diverse achtergrond als zij zich niet herkennen in de voorgeschreven auteurs? Het spijt me zeer – maar wat is dit voor quatsch? Moet de geschiedenis het de student nu naar de zin gaan maken?

 

Er zou geen ongelijkheid tussen mannen en vrouwen moeten bestaan – maar dat die heeft bestaan, kan niet ontkend worden. Dat daardoor filosofen als Christine de Pizan, Claudine Guérin de Tencin of Fredrika Bremer in vergetelheid geraken is jammer, maar vereist geen compensatie op het niveau van de universiteit. De universiteit moet hoofdlijnen en algemene trends in de filosofie doceren. In die trends trekken – en dat kun je jammer vinden, maar niet onwaar – de Plato’s en de Aristotelessen nu eenmaal de kar. Wiskundigen, mag ik hopen, negeren Pythagoras toch ook niet omdat hij een witte man was?

 

Door hun tijdsgebonden omstandigheden vallen vrouwelijke filosofen helaas vaak buiten de hoofdlijnen. Elke ontkenning daarvan ondermijnt beslist de gelijkheidsstrijd die de afgelopen decennia door vrouwen is gevoerd. Dat de positie van vrouwen door de tijd ietwat is verbeterd, blijkt uit de aandacht die faculteiten filosofie wél besteden aan modernere denkers als Hannah Arendt, Simone de Beauvoir, Martha Nussbaum en Judith Butler. Ironisch genoeg valt de zo invloedrijke, ultra-kapitalistische Ayn Rand dan weer minder in de smaak bij studenten filosofie. Liever lezen ze Rosa Luxemburg. Dat verraadt toch weer de linksigheid van de discipline.

 

Niet-Europese filosofie is doordrongen van Europese ideeën. Middeleeuwse Arabische denkers als Ibn Sina en Ibn Rushd werden sterk beïnvloed door de klassieke Griekse filosofen. Sterker nog, deze Arabieren vormden de schakel van overlevering tussen de Grieken en Thomas van Aquino, bij wie de Europese politieke filosofie weer als ononderbroken verder gaat. Toegegeven: niet altijd was het eenrichtingsverkeer. Soms beïnvloedden niet-westerse inzichten de Europese traditie. Arthur Schopenhauer werd bijvoorbeeld sterk beïnvloedt door Indiase filosofie.

 

Uitvoerig, overgecompenseerd onderwijs in het gedachtengoed van Aziatische denkers als Lao Zi, Sun Tzu of Confucius gaat er overigens niet voor zorgen dat de diversiteit aan filosofie-opleidingen zal toenemen. Door klassieke Chinese denkers in het pakket te dwingen zullen er niet ineens meer gekleurde vrouwen filosofie gaan studeren.

 

Tot slot kan de student die niet-westerse filosofie wil studeren dat misschien beter doen op een universiteit waar ze gespecialiseerd zijn in zulke filosofie. Wie liever de Indiër Chanakya bestudeert, die zeer belangrijk was voor de Indiase politicologie, dan een filosoof die in onze context veel relevanter is, zoals Thomas Hobbes, nodig ik van harte uit om filosofie te gaan studeren in India.

 

Wat hedendaagsere niet-westerse filosofen betreft: zij ageren juist vaak tegen westerse filosofie. Voormalige koloniën zijn dan ook, helaas of niet, beïnvloed door het westerse denken. Het denken van filosofen als de Indiër Rabindranath Tagore, de Braziliaan Paulo Freire, de Palestijn Edward Said en de Indiase Gayatri Chakravorty Spivak kan onmogelijk worden bestudeerd zonder te begrijpen tegen welke filosofie deze filosofen zich richten. Wie overigens wel eens een boek van post-kolonialiste Spivak opensloeg, weet dat zij ook niet veel studenten zal aanspreken. Over haar eigen werk, dat door critici als ondoorgrondelijk en obscurantistisch wordt aangeduid, zei ze eens dat óók zij soms niet begrijpt wat ze nu eigenlijk bedoelt.

 

Studenten vinden het jammer dat alle filosofen dezelfde achtergrond hebben (Europees en van het mannelijk geslacht). Daardoor ‘hebben zij ook dezelfde blinde vlekken,’ aldus het artikel in Trouw. Welnu, mooi! Dáár ligt dan de taak voor de huidige filosofiestudenten. Dat filosofie niet altijd overal opgaat is evident: Amartya Sen stelt in zijn Het idee van rechtvaardigheid al dat niet eenzelfde theorie van rechtvaardigheid altijd in iedere context de voorkeur verdient. De juiste theorie hangt ook af van de situatie. In die geest mogen studenten van de dominante theorieën die er zijn de blinde vlekken aan de kaak stellen, ze analyseren, ze achterhalen. Zij mogen bekijken of de theorie van Adam Smith ook werkt in Afrika, of Foucaults genealogische methode ook geldt voor de – ik noem maar wat – luchtvaartkunde. Dat we hen daartoe in staat stellen, is juist mogelijk doordat ze worden onderwezen in de algemene lijnen van de filosofie.

 

Dat ikzelf een aantal vrouwelijke en niet-westerse filosofen op kan noemen (en warempel, ik ben niet eens filosoof), komt niet omdat ik ze in mijn lespakket had. Je ontwikkelt je eigen interesses naast of naar aanleiding van het hapklare pakket dat een universiteit aanbiedt. Studenten moeten niet zo zaniken over het onderwijs dat zij krijgen, maar zich gaan verdiepen in wat zij, naast en om de rode draad heen, zelf belangrijk én interessant vinden. Het internet en de bibliotheek bieden studenten voldoende stof om zelf te verkennen. Goed onderwijs besteedt niet krampachtig aandacht aan allerlei obscure filosofen om zo het laken van de geschiedenis recht te trekken, maar stelt studenten in staat om die obscure filosofen zelf te ontdekken, te lezen en hun relevantie al dan niet aan te tonen.

 

Filosofie moet, al met al, niet worden beoordeeld op het feit dat die afkomstig is van witte, oude, westerse mannen. Ze moet worden beoordeeld op de merites van het idee dat op papier staat. Ook de filosofie is een vrije markt: een markt van ideeën. De beste argumenten houden het langst stand. Neem daarbij een voorbeeld aan Martha Nussbaum: zij poogt de filosofie van Rabindranath Tagore weer op de kaart te zetten in haar boek Niet voor de winst. Als ze succesvol blijkt, komt Tagore vanzelf weer in de canon terecht.

 

Het feit dat de Rawlsiaanse sluier der onwetendheid is bedacht door een oude, blanke, Amerikaanse man, doet niets af aan het nut van dit filosofische instrument om onrechtvaardige situaties te beoordelen. Misschien is het goed als de student filosofie zelf eens vanachter die sluier der onwetendheid filosofeert over hoe de canon eruit moet komen te zien. Plato en Aristoteles komen vast ergens bovenaan op dat lijstje.

 

Niek Kok is politicoloog en wetenschappelijk medewerker van de Teldersstichting

Alleen abonnees kunnen mee debatteren. Word abonnee!
    Ronald Weilers

    2 januari 2018

    Als je vind dat jouw studie niet volledig en/of juist is ga je dat onderzoeken en eventueel bewijzen en bij succes, bij bewezen gelijk, wordt je zelf een bekende filosoof waartegen toekomstige studenten weer te hoop kunnen lopen.

    Alleen betalende gebruikers kunnen mee debatteren.