Column: Sleepwet: ook dystopieën zijn niet haalbaar

Op 21 maart vindt, naast de gemeenteraadsverkiezingen, het referendum over de sleepwet plaats. Omdat beide keuzes via één gang naar de stembus kunnen worden gemaakt, is een hoog opkomstpercentage voor het referendum niet ondenkbaar. Een genuanceerd debat over de sleepwet kan desondanks in de schaduw van de gemeenteraadsverkiezingen komen te staan. Dat is jammer – zeker daar tegenstanders zich in verschillende media erg ongenuanceerd over de sleepwet hebben uitgelaten.

 

Iedereen heeft iets te verbergen, zo stellen deze tegenstanders. Rob van den Hove suggereerde op 14 oktober in de Volkskrant bijvoorbeeld dat verder ongevaarlijke burgers die vreemd gaan, verslaafd zijn, psychische klachten hebben, de hoeren bezoeken, last hebben van schuldenproblematiek, zwartwerken, enzovoort, nu ontmaskerd gaan worden. Op de website die is opgericht door de referendumaanvragers – wie een referendum over een wet aanvraagt is waarschijnlijk, bij voorbaat tegenstander – lezen we dat de AIVD en MIVD nu hele wijken mogen afluisteren, ieders DNA mogen opslaan en data mogen delen met buitenlandse diensten zonder dat zij zelf die data hebben geanalyseerd. Ieders privacy verkeerd in levensgevaar. De staat kijkt mee met alles wat we doen.

 

Dit hele tegenargument gaat platvloers voorbij aan de praktijk. Net zoals dat utopieën feitelijk niet kunnen bestaan, zijn zulke dystopieën ook praktisch niet haalbaar. De discussie over de sleepwet moet zich concentreren op het basale gegeven dat de inlichtingendiensten helemaal geen capaciteit hebben om alle mensen die iets te verbergen hebben – dat zijn alle Nederlanders – in de gaten te houden. AIVD en MIVD moeten zich dus niet alleen wettelijk beperken tot die individuen die de democratische rechtsorde bedreigen, de beperkte capaciteit om mensen in de gaten te houden maakt ook nog eens dat zij nauwelijks hele straten en netwerken van mensen die niet verdacht zijn zouden kunnen afluisteren.

 

De groep personen die een gevaar vormt voor de democratie is bovendien geen duizendtal mensen. Als duizenden Nederlanders een bedreiging vormden voor de democratische rechtsorde, dan hadden we dat vermoedelijk al gemerkt. Het argument dat de sleepwet ieders privacy in gevaar brengt, is stennismakerij.

 

En stel dat het wel duizenden Nederlanders betreft? Dan is de sleepwet praktisch niet uitvoerbaar. Er is namelijk telkens weer schriftelijke toestemming van de betrokken minister nodig vóórdat onze diensten in actie mogen komen. Zo regelt artikel 30 lid 1 Wvi dat de toestemming voor het uitoefenen van de bijzondere bevoegdheden die de diensten krijgen (zoals het hacken, het aftappen, et cetera) altijd moet worden verleend door de betrokken minister. Lid 2 van hetzelfde artikel regelt dat indien de diensten informatie willen verwerven over de anonieme bron van een journalist, zij de minister moeten verzoeken, die op haar beurt weer de rechtbank Den Haag moet verzoeken om schriftelijke goedkeuring. Dezelfde rechtbank moet ook goedkeuring geven over het verwerven van informatie over de communicatie tussen een advocaat en zijn cliënt.

 

Artikel 31 regelt dat de zogenaamde Toetsingscommissie Inzet Bevoegdheden (TIB) in het leven wordt geroepen die controleert of de minister rechtmatig toestemming heeft verleend aan de inlichtingendiensten om hun bijzondere bevoegdheden toe te passen. Er moet, zodoende, vrij vaak ja worden geknikt voordat het hoofd van AIVD kan besluiten om te controleren of een bepaalde wijk een gevaar vormt voor de democratische rechtsorde.

 

Al die checks and balances zijn niet anders dan de bijzondere regels die zijn vastgelegd in de weinig controversiële Algemene wet op het binnentreden (Awbi). Binnen de Awbi kan de politie zonder toestemming van bewoners hun woning betreden – maar alleen met een machtiging van de officier van justitie, zijn hulpofficier of een advocaat-generaal. Net zoals de inlichtingendiensten in het kader van de sleepwet privacy mogen schenden als zij daar redelijke aanleiding toe hebben, mag de politie dat ook.

 

Het meest controversiële aspect van de nieuwe wet is de ogenschijnlijk inperking van het beroepsgeheim. Als de diensten in de nieuwe wet medische gegevens in willen zien, moeten ze, na toestemming te hebben gekregen van de minister, toestemming krijgen van de handelende arts. De arts is daarmee een vrijwillige informant. Een hyperbolisch argument tegen de sleepwet is dat artsen straks massaal medische gegevens afstaan aan de veiligheidsdiensten omdat nu het beroepsgeheim is ingeperkt. Dat is overdreven – doch, toegegeven, schiet de wet hier inderdaad door. Het medische beroepsgeheim moet gewaarborgd blijven.

 

Privacy is één van de belangrijkste waarden waarop onze samenleving gestoeld is. Het is daarom goed om de sleepwet kritisch bekijken. Het is meer dan verstandig dat eenieder zich verdiept in alle controlemechanismes die de wet voorstelt – in alle checks and balances – en dat we ons afvragen wat de AIVD en de MIVD in de praktijk met informatie zal doen. We moeten echter het debat zo voeren dat het niet gaat over het goed- of afkeuren van de sleepwet, maar over wat beter kan aan de sleepwet. Spookbeelden moeten ons kritische vermogen daarbij niet afstompen.

 

Niek Kok is wetenschappelijk medewerker bij de TeldersStichting en eindredacteur van Liberale Reflecties.

Jouw reactie...

    Martin Hooftman

    2 februari 2018

    Het ware beter geweest als een debat voor vaststelling van de Wet op de inlichtingen- en veiligheidsdiensten (Wiv) was gevoerd in plaats van voor het referendum. Ook ware het beter te spreken en schrijven over de Wiv in plaats van het hanteren van het frame sleepwet.

    Los van de inhoud van de Wiv is het uitermate vreemd en in mijn ogen volstrekt onjuist om een referendum te laten samenvallen met verkiezingen.
    Voor een referendum is opkomst een belangrijke criterium en verkiezingen voor gemeenteraden zijn opkomstverkiezingen. Derhalve in dubbele zin een ongewenst beïnvloeding.
    Ook zou de discussie over het referendum het stemgedrag bij de gemeenteraadsverkiezingen kunnen beïnvloeden, hetgeen vanzelfsprekend niet behoort.

    Voor mij onbegrijpelijk dat bij het vaststellen van de datum van het referendum bovenstaande elementen niet (goed) zijn overwogen en het samenvallen met de gemeenteraadsverkiezingen niet bekritiseerd is/wordt. Of denk ik nu te utopisch?