Column: Aan tafel met Equatoriaal Guinee en Kazachstan: Nederland als lid van de Veiligheidsraad

Opgetogen zijn Nederlandse diplomaten en politici die zich met buitenlands beleid bezig houden aan het nieuwe jaar begonnen. In 2018 is Nederland immers lid van de Veiligheidsraad. ‘We’ mogen dit jaar aan het ‘grote spel’ meedoen met de permanente leden, voorop de Verenigde Staten, China en Rusland. Maar je zou natuurlijk ook kunnen zeggen dat we nu aan tafel mogen zitten met Bolivia, Equatoriaal Guinee, Ivoorkust en Kazachstan; dat zijn enkele van de andere tijdelijke leden. Klinkt toch alweer anders. En díe landen zijn tenminste nog voor twee jaar lid. Wij moeten het met één jaartje doen.

 

Het is ook geen verdienste van ons land dat we nu lid zijn. Tijdelijke leden rouleren, en dat is keurig per regio in de wereld verdeeld. Met een verkiezing door de Algemene Vergadering, maar toch: eens in de zoveel jaren kom je op deze manier bijna vanzelf af en toe wel aan de beurt. Landen als België en Panama zijn sinds de oprichting van de VN langer lid geweest van de Veiligheidsraad dan Nederland. En Venezuela, met een (socialistisch) regime dat het eigen land in de afgrond heeft geduwd en grootschalig aan het bestelen en uithongeren is, was kort geleden (in 2015 en 2016) nog lid. Dus het is ook bepaald geen teken van goed gedrag (goed bestuur) wanneer je mag meedoen.

 

Nederlandse politici en diplomaten hechten mede zo aan dat lidmaatschap van de Veiligheidsraad omdat zij geneigd zijn de VN te vereenzelvigen met de internationale rechtsorde. Dat is hoogst curieus. De ‘Nederlandse’ eurocommissaris Frans Timmermans windt zich recentelijk nogal op over Polen omdat dit land de onafhankelijkheid van de rechterlijke macht zou aantasten, nu daar een orgaan dat door politici is benoemd nieuwe rechters zal aanstellen. Maar als het op door elkaar husselen van politieke en rechterlijke macht aankomt, kunnen de VN er zeker zoveel van. Noch deze organisatie zelf noch haar Veiligheidsraad vormen immers een rechtsorde. Het zijn politieke lichamen, waarin alles wordt bepaald door politici. Niet het recht is er beslissend maar de macht. De Verenigde Naties vormen dus geen rechtsorde maar een machtsorde.

 

De politiek bepaalt natuurlijk altijd, ook in het binnenland, hoe het recht eruit ziet. Elke rechtsorde is in die zin een neerslag van een machtsorde. Bij ons, en in andere democratische landen, verkrijgt dit echter legitimiteit door inspraak van de burgers die – met alle mankementen die eraan kunnen kleven – via vrije verkiezingen verzekerd wordt. Ook in dat opzicht kunnen de Verenigde Naties (althans binnen afzienbare tijd) nooit een echte rechtsorde vormen. Een meerderheid van de lidstaten is immers allesbehalve een democratie, en kent dus eigenlijk geen legitiem bestuur. Twee van de permanente leden van de Veiligheidsraad – China en Rusland – zijn zelfs afzichtelijke dictaturen. Beide landen zijn in de greep van regimes die de mensenrechten stelselmatig schenden.

 

Zo zit de wereld nu eenmaal in elkaar; we kunnen ons helaas niet de luxe veroorloven uitsluitend met andere liberale democratieën om te gaan. Maar dan is het beter de vaak onrechtvaardige machtsorde die de VN nu eenmaal vormen, niet te tooien met een hoogdravende naam als ‘internationale rechtsorde’. De begrippen moeten zuiver worden gehouden, toch? Als we dat de Polen graag voorhouden, moeten we het zelf ook doen.

 

Dat bestaande regimes, ongeacht hun aard, in de VN en de Veiligheidsraad de dienst uitmaken, heeft nóg een consequentie: veelal hebben regeringen belang bij handhaving van de status quo. Verandering geeft maar onrust – crisis – en dat moet worden ‘beheerst’, oftewel de kop in worden gedrukt. Soms is dat inderdaad het beste maar lang niet altijd. Zo kan het streven van een bepaald volk naar zelfbestuur zelden op sympathie, laat staan op instemming van andere landen rekenen. Zie alleen al hoe in de EU de meeste lidstaten zich automatisch achter Madrid scharen tegenover het verlangen onder Catalanen naar onafhankelijkheid. Natuurlijk, de pro-separatisme-meerderheid daar is krap, maar de houding van andere landen zou waarschijnlijk niet anders zijn wanneer twee-derde van de Catalanen onafhankelijk zou willen worden. Afscheiding geeft onrust, het betekent ‘crisis’, en daar houden machthebbers (politici) hoe dan ook niet van.

 

De wens om in bijna alle gevallen zoveel mogelijk de status quo te bewaren kan dus ernstig indruisen tegen wat rechtvaardig is. Als je het de gewone Koerden of Tibetanen zou (kunnen) vragen, kiezen zij vermoedelijk in overgrote meerderheid voor een eigen, onafhankelijke staat. Het zou hen echter door de VN niet worden vergund, in het geval van Tibet alleen al omdat de bezettende macht – Beijing, met een permanente zetel in de Veiligheidsraad – er een veto over kan en zal uitspreken. Zo bezien betekent het lidmaatschap van de Veiligheidsraad geen deelname aan een zogenaamde internationale rechtsorde, maar het verlenen van medewerking aan voortdurend onrecht in de wereld.

 

Patrick van Schie is historicus en directeur van de TeldersStichting, de liberale denktank van Nederland gelieerd aan de VVD. Hij schrijft deze column op persoonlijke titel.

Alleen abonnees kunnen mee debatteren. Word abonnee!