Boekbespreking: Serhii Plokhy, Lost Kingdom: A History of Russian Nationalism

Serhii Plokhy, Lost Kingdom: A History of Russian Nationalism from Ivan the Great to Vladimir Putin (Allen Lane, 2017) 432 pagina’s, ISBN: 978-0241255575.

Door: Patrick van Schie

 

Buurlanden van Rusland staan bloot aan Poetins agressieve buitenlandse politiek. De bezetting en vervolgens inlijving door Rusland van de Krim en de door Poetin opgestookte burgeroorlog gevoerd door separatisten en nauwelijks verhulde Russische militairen in de oostelijke Oekraïne – compleet met het neerschieten van de MH-17 vlucht – hebben volgens menigeen een nieuwe Koude Oorlog doen ontstaan.

 

Zelfs een zo mogelijk nog autoritairder geregeerde staat als Wit-Rusland, onder dictator Alexandr Loekasjenko, houdt Poetins Rusland inmiddels wat meer op afstand. Waar komt Poetins agressie vandaan? Een eenvoudig antwoord is dat hij, zoals veel dictators, zich via de buitenlandse politiek een populariteit probeert te verwerven, of te behouden, die door binnenlandse problemen onder druk zou kunnen komen te staan. Maar wat zeker ook meespeelt is zijn uitdrukkelijk appèl aan een Russisch nationalisme, dat teruggaat op een eeuwenoud verleden.

 

Wie daarover meer wil lezen kan nuttige kennis en inzichten opdoen door het lezen van Serhii Plokhy’s boek Lost Kingdom. De auteur richt zich vooral op de vraag of de Oekraïne en Wit-Rusland nu wel of niet altijd deel hebben uitgemaakt van Rusland. De Russen claimen van wel; en hun aanspraken gaan nog verder dan louter het willen hebben van invloed of meer in deze twee landen. Uitingen van Wit-Russisch en vooral Oekraïens streven naar autonomie of zelfstandigheid, zijn steevast door de (groot-)Russen verdacht gemaakt of met geweld gesmoord. Niet alleen onder Poetin, maar ook onder de communisten en de tsaren. Vanuit Moskou is het steeds zo voorgesteld alsof de Oekraïne en Wit-Rusland hooguit varianten van het grote Rusland zijn.

 

Plokhy laat zien dat zulke aanspraken op mythes – je zou het ook leugens kunnen noemen – berusten. Neem alleen al de bewering dat het Middeleeuwse rijk van Kiev-Rus een voorloper van het huidige Rusland zou zijn geweest. Het heeft daar noch etnisch noch dynastiek ook maar iets mee te maken. Het ‘Rus’ in dit Middeleeuwse rijk zou eigenlijk beter met ‘Roethenië’ kunnen worden vertaald. Er is geen enkele band met het later uit Moscovië – het gebied rond Moskou – gegroeide Russische rijk. Dat Moscovië was een vrij onbeduidend vorstenrijkje dat afhankelijk was – bijvoorbeeld tribuut moest betalen – aan het grote Mongoolse rijk. Dat ‘Aziatische’ verleden laat nog altijd zijn sporen na in het huidige Rusland.

 

Zoals meer landen is Rusland groot geworden door gewelddadige expansie vanuit één geografisch beperkt centrum. In het geval van Rusland is dat dus het gebied rond Moskou, in het geval van Frankrijk het gebied rond Parijs. Dat Moscovië al vrij snel Novgorod, in het noordwesten van het huidige Rusland, opslokte heeft bijvoorbeeld wellicht grote gevolgen gehad voor de staatsstructuur. Het handelsrijk Novgorod, met vele contacten in West-Europa,  kende vanouds meer inspraak van de inwoners; was Rusland van daaruit ontstaan dan had de democratie er wellicht meer grond onder de voeten kunnen krijgen.

 

De huidige Oekraïne maakte in die tijd en nog vele eeuwen daarna deel uit van het grote Pools-Litouwse rijk. Dat werd op den duur langzaam teruggedrongen, en uiteindelijk werd Polen eind achttiende eeuw ruw opgedeeld tussen de rivalen Rusland, Pruisen en het Habsburgse rijk. Ook de Krim werd pas eind achttiende eeuw door Rusland veroverd, en wel op het Ottomaanse (dat is Turkse) rijk. Het schiereiland werd overwegend bewoond door Tataren, een Turks volk. Die vormden er de meerderheid totdat Stalin hen massaal naar Siberië deporteerde en in een agressieve russificatiepolitiek bewust groot-Russen voor in de plaats liet settelen.

 

De Russische claim op de Krim berust niet alleen op de historisch ongefundeerde bewering dat de Krim ‘altijd’ van Rusland is geweest, maar daarnaast op de stelling dat Sovjet-leider Chroesjtsjov het gebied in 1954 achteloos, en ‘dus’ onrechtmatig van de republiek Rusland overdroeg aan de republiek Oekraïne. Natuurlijk maakte dit in die tijd eigenlijk niet uit, omdat niemand zich kon voorstellen dat de Sovjet-Unie uiteen zou vallen. Maar na het ineenstorten van de Sovjet-Unie bevestigde Rusland in 1994 dat de Krim bij de Oekraïne behoorde in ruil voor het door Kiev opgeven van een eigen uit de Sovjet-tijd stammend kernwapenarsenaal.

 

De inlijving van de Krim is dus een schending van een overeenkomst waar Moskou’s handtekening onder staat, nog los van het feit dat uit een opiniepeiling enkele maanden voor de Russische bezetting gehouden bleek dat een meerderheid van de inwoners op de Krim bij de Oekraïne wilde blijven. Pas in het ‘referendum’ gehouden direct na de Russische bezetting van de Krim, met de bajonetten op zich gericht, zouden diezelfde inwoners zogenaamd weer bij Rusland hebben willen horen. Met een instemmingspercentage, 92%, dat aan Sovjet-tijden deed denken.

 

Plokhy laat zien hoe, nu eens agressiever dan eens ‘milder’, alle uitingen van een eigen Oekraïens bewustzijn door opeenvolgende Russische regimes werden bestreden of onderdrukt. Dat liep uiteen van het tegengaan van uitingen van een eigen taal, via het dwingen tot het orthodoxe geloof van ‘uniate’ (dat wil zeggen op de paus gerichte) Oekraïners, tot en met intimidatie en terreur. Zijn verhaal loopt van de late Middeleeuwen tot en met het huidige regime van Poetin.

 

Poetins ook officieel vastgestelde nationalistisch concept – de ‘Russische wereld’ – laat bijvoorbeeld geen ruimte voor een werkelijk zelfstandige Oekraïne. Indien Rusland zich al moet neerleggen bij een eigen staat voor de Oekraïne, dan dient dit in Poetins ogen een Russische vazalstaat te zijn. Maar Poetins arm wil verder reiken. Hij matigt zich het recht toe zich te mengen in alle landen waar een Russische minderheid woont; veelal het gevolg van eerdere bewuste russificatie door de tsaren en/of door Stalin. Dit geldt bijvoorbeeld voor Estland en Letland, die uit de tijd dat zij gedwongen deel uitmaakten  van de Sovjet-Unie aanzienlijke Russische minderheden hebben overgehouden.

 

Wat Plokhy in zijn boek duidelijk maakt is niet alleen dat de door Poetin en zijn aanhangers betreurde Sovjet-Unie niet de natuurlijke omvang van Rusland had, maar tevens dat Poetin ook de geschiedenis van vóór de Sovjet-Unie erg goed begrijpt en ge- of misbruikt om er zijn machtsaanspraken mee te onderbouwen.

Alleen abonnees kunnen mee debatteren. Word abonnee!