Verslag: Symposium Digitalisering en Bildung

Op maandag 26 februari jl. vond het symposium over het nieuw verschenen geschrift Digitalisering en Bildung: de vierde dimensie van het onderwijs plaats. In de sfeervolle Commissarissenzaal van het Nutshuis woonde een vijftigtal onderwijsexperts, studenten en andere geïnteresseerden de discussie over de inzichten van het geschrift bij.

 

Het geschrift is het product van een werkgroep onder de bezielende leiding van Eerste Kamerlid Jan Anthonie Bruijn. Andere werkgroepsleden waren Fabiènne Hendricks, Hein van Asseldonk, Ronald van den Bos, Jeroen Duin, Annemarie Jansen en Agnita Mur en Charlotte Lockefeer-Maas, die vanuit de TeldersStichting de pen voerde.

 

Fabiènne Hendricks trad op als gespreksleider van de avond. Ze verwelkomde de aanwezigen, de panelleden Janneke van der Wijk, Tineke Zweed, Ronald van den Bos en Pieter Duisenberg en tot slot ook de aanwezige werkgroepsleden. Hendricks bedankte in het bijzonder Charlotte Lockefeer-Maas, die helaas zelf niet aanwezig kon zijn, voor haar werk aan het geschrift.

 

Jan Anthonie Bruijn leidde het geschrift in. Hij wierp het spookbeeld van Vroom en Dreesman op, dat ten onder ging omdat het bedrijf zich niet aanpaste aan een digitaliserende werkelijkheid. Het onderwijs – en dan met name het hogere onderwijs – moet ook mee in de digitaliseringsslag, zo stelde Bruijn. Anders is het onderwijs, net als Vroom en Dreesman, een ongunstig lot beschoren.

 

Kenmerken van digitalisering in het onderwijs zijn onder andere het verstrekken van onderwijs via Massive Open Online Courses (MOOC), online cursussen waarvoor iedereen zich kan inschrijven, en Small Private Online Courses (SPOC), op maat gemaakte MOOCs. Gedigitaliseerd onderwijs maakt ook gebruik van virtuele leerhulpmiddelen, het is goedkoper en sneller dan fysiek onderwijs, het is niet verbonden aan een tijd of een plaats, studenten en docenten vinden elkaar buiten instellingen om en gedigitaliseerd onderwijs onttrekt zich aan controle en toezicht.

 

Bruijn schetste kansen als individualisering van curricula zodat die beter aansluiten bij talenten en wensen, wereldwijde toegankelijkheid en emancipatie van allerlei bevolkingsgroepen, lage kosten en tot slot enorme kansen voor het leven lang leren. Digitalisering kan zich echter zeer disruptief voltrekken: daar moeten we klaar voor zijn. Op z’n disruptiefst haalt het de basisdoelen van het onderwijs onderuit, dat wil zeggen, het overdragen van kennis, vaardigheden, empathie en taal. Het onderwijs moet de centrale plaats van wat Wilhelm von Humboldt Bildung heeft genoemd, waarborgen. Wanneer digitalisering en personalisering het Bildungsideaal in verdrukking brengen, moeten we grenzen stellen aan deze ontwikkelingen.

 

Na de aanbevelingen van het geschrift uiteen te hebben gezet, kregen de panelleden het woord. Janneke van der Wijk, sinds 2011 directeur van het Conservatorium van Amsterdam (CvA) gaf enkele mooie voorbeelden van digitaal en virtueel onderwijs uit de praktijk. Zo kunnen studenten aan het CvA les krijgen van vermaarde musici over de hele wereld. Ook vindt er met behulp van digitale en virtuele hulpmiddelen veel uitruil van kennis en vaardigheden plaats. De beste studenten van Juilliard School (New York) krijgen bijvoorbeeld les van de beste docenten aan de CvA en andersom.

 

Tineke Zweed, lid van het College van Bestuur van Hogeschool Utrecht benadrukte dat het belangrijk is dat alle verschillende onderwijsactoren op dezelfde snelheid bewegen. Als dat niet het geval is, kan het gevolg zijn dat grote verschillen in kwaliteit en toegankelijkheid tussen de verschillende instellingen komt te bestaan. Ronald van den Bos vertelde in dat kader dat de Technische Universiteit Delft al voorloopt op dit gebied. Ook bij zijn eigen instelling, de Erasmus Universiteit Rotterdam, is men steeds meer gaan inzetten op aanpassing aan de digitale leeromgeving. Waar enkele jaren geleden collega’s nog moeilijk over te halen waren, zien zij nu de voordelen van digitalisering in.

 

Ex-Tweede Kamerlid en voorzitter van de Vereniging van Universiteiten (VSNU) Pieter Duisenberg begon zijn betoog met de opmerking dat de universiteit als instelling nog lang niet verdwenen is. Universiteiten kunnen juist voorop lopen in deze ontwikkeling door te blijven innoveren. Hij wees de aanwezigen op de Versnellingsagenda voor Onderwijsinnovatie die in 2017 is opgesteld door VSNU, de Vereniging Hogescholen en SURF, de ICT-samenwerkingsorganisatie van het onderwijs en onderzoek in Nederland. Hij wees erop dat digitalisering in het onderwijs ook meer aandacht zou moeten krijgen onder Kamerleden en overhandigde, dat gesteld hebbende, de versnellingsagenda aan Jan Anthonie Bruijn.

 

Pieter Duisenberg schetste ook een beeld van hoe het nieuwe toetsen van vaardigheden eruit kan gaan zien. Hij gaf een voorbeeld van een onderwijsinstituut dat de capaciteit om snel informatie op te nemen en opdrachten te maken toetst aan de hand van een sensor die controleerde hoe lang iemand deed over het lezen van een tekst of het oplossen van een vraagstuk. Technologisering kan zo grote consequenties hebben voor hoe én wat we toetsen in het onderwijs.

 

Onder leiding van Fabiènne Hendricks gingen de vier panelleden vervolgens het gesprek met de zaal aan. Gezamenlijk sprak men over de belangrijkste uitdagingen: wat als studenten liever niet meewillen in de digitaliseringstrend? Hoe zit het met digitalisering in het lager onderwijs – is dat onderwijs niet de absolute basis van de Nederlandse economie? Hoe zit het met het privacy-aspect? Is het bijvoorbeeld wel wenselijk dat we met behulp van technologische snufjes toetsen hoe lang mensen over iets nadenken? Het panel erkende zeker een aantal van de uitdagingen van digitalisering en de mogelijke verdrukking de Bildungsfunctie van het onderwijs.

 

Desalniettemin concludeerden de panelleden dat digitalisering en virtualisering ontwikkelingen zijn die, mits ze in goede banen worden gereguleerd, in hoge mate kunnen bijdragen aan kwalitatief hoogstaand onderwijs. Fabiènne Hendricks sloot de avond af met een dankwoord, waarna de discussie tijdens de borrel verder kon worden gevoerd.

 

Foto’s

 

 

 

 

 

 

Alleen abonnees kunnen mee debatteren. Word abonnee!