Column: Wie als ambtenaar in functie een hoofddoek draagt geeft blijk van eigen ongeschiktheid

Confessionelen betogen vaak dat iemand zijn of haar religie niet op zijn nachtkastje kan laten liggen. Je geloofsovertuiging is een onderdeel van wie je bent. Maar niemand verlangt dat een burger zijn of haar geloof thuis laat. In een vrije samenleving mag je er op straat vreedzaam uiting aan geven, zoals aan welke andere overtuiging ook, en staat het je vrij samen met gelijkgezinden in gebedshuizen je geloof belijden.

 

De staat is echter niet de samenleving, en een ambtenaar is niet zomaar een burger in de openbare ruimte. De samenleving is pluriform, vol uiteenlopende overtuigingen waaraan iedereen ook uiting mag geven zolang dit anderen althans niet in hun vrijheid belemmert. Hoe meer de overtuigingen in de samenleving uiteenlopen, des te belangrijker is het dat de dienaren van de staat neutraliteit betrachten. Iedereen is namelijk gelijk voor de wet. Een ambtenaar mag niet uitstralen dat de ene burger misschien minder recht zal kunnen krijgen dan de andere, op grond van zijn of haar overtuiging, geslacht, etnische achtergrond of wat voor kenmerk dan ook.

 

Natuurlijk heeft een ambtenaar als privé-persoon eigen overtuigingen. Maar die behoren er in het werk als ambtenaar niet toe te doen. Subjectiviteit is onvermijdelijk, maar een ambtenaar moet toch zijn uiterste best doen objectiviteit en neutraliteit te betrachten. Dat Sarah Izat, een politiemedewerkster in Rotterdam, meent dat zij haar werk met een hoofddoek op moet (kunnen) doen, toont reeds aan dat zij niet geschikt is voor een functie bij welk overheidsorgaan dan ook. Want zij geeft aldus te kennen dat zij lak heeft aan de neutraliteit. Klaarblijkelijk is haar eigen godsdienstige overtuiging voor haar belangrijker.

 

Omdat Izat haar eigen interpretatie van de islam van hogere orde acht dan de neutraliteit die zij als staatsdienaar behoort uit te stralen, kan geen burger ervan op aan dat zij de wil van Allah zoals zij die ziet niet tevens voor laat gaan op de Nederlandse wet. Iedere burger in ons land heeft recht op gelijke behandeling in gelijke omstandigheden. Maar kan een joodse burger die bij Izat aangifte doet van een misdrijf erop rekenen dat hij dezelfde behandeling krijgt als een burger met een islamitische achtergrond? Of een afvallige moslim? Een politiemedewerkster die zo’n aangifte opneemt straalt dat niet uit wanneer zij een hoofddoek draagt.

 

Dat het College voor de Rechten van de Mens, zoals het groepje activistische juristen dat voorheen een commissie gelijke behandeling vormde zich tegenwoordig parmantig noemt, de klagende Sarah Izat in het gelijk heeft gesteld, is onbegrijpelijk. Het college vond dat het neutraliteitsgebod minder van belang zou zijn omdat de politiemedewerkster aangiftes via een 3D-videoverbinding opnam en zich dan dus niet in dezelfde ruimte bevindt als de burger die aangifte doet. Maar dat doet natuurlijk helemaal niet ter zake. Een ex-moslim bijvoorbeeld die door fundamentalistische moslims vanwege zijn geloofsafvalligheid is aangevallen moet erop kunnen vertrouwen dat een politiemedewerkster zijn aangifte niet verdonkeremaant omdat zij ook vindt dat moslims hun geloof niet mogen verlaten. Wat doet het ertoe of deze ex-moslim die politiemedewerkster achter een balie ziet of op een videoscherm? Hij wordt evenzeer geconfronteerd met haar persoonlijke geloofsovertuiging.

 

Het genoemde college vond dat de politie Sarah Izat discrimineerde op grond van godsdienst. Maar het werd Izat niet verboden moslima te zijn, slechts om tijdens haar werk bij het uniform een hoofddoek te dragen. Het college noemt dit een beschermwaardige uiting van geloofsovertuiging. ‘Hieraan doet niet af dat over het dragen van een hoofddoek door aanhangers van een bepaalde geloofsrichting verschillend kan worden gedacht’, voegt het college eraan toe. Deze uitspraak wordt op geen enkele manier onderbouwd. Omdat de uitspraak niet kán worden onderbouwd? Want door een hoofddoek op het werk te dragen laat Izat blijken dat haar eigen interpretatie van de islam haar heilig is. Nogmaals: de politie had haar niet verboden moslima te zijn. Het werd haar slechts verboden de neutrale uitstraling van de politie te ondermijnen.

 

Toch valt ook de politie iets te verwijten. Zij heeft het Izat namelijk wel toegestaan een hoofddoek te dragen wanneer zij geen uniform maar burgerkledij droeg. Dit ondergraaft het neutrale karakter van het politiewerk net zo hard als een hoofddoek in combinatie met een uniform. Wie als (politie)ambtenaar werkt moet op dat moment iedere overtuiging, of die nu religieus is of (juist) niet, hem of haar ‘even lief’ zijn. De voorliefde voor je eigen overtuiging beoefen je maar in je eigen tijd.

 

Patrick van Schie is historicus en directeur van de TeldersStichting. Deze column is eveneens verschenen op de website van het dagblad Trouw.

Jouw reactie...

    Patrick van Schie

    8 december 2017

    Hoe je het zelfs op het werk als (politie)ambtenaar naar eigen mening móeten uitdragen van je religieuze overtuiging denkt te kunnen combineren met een neutrale houding, is mij een raadsel. De hoofddoek is niet neutraal maar een mening, in dit geval gedragen op het hoofd. Vinden degenen die menen dat dit een neutrale behandeling van de burger niet in de weg hoeft te staan dan ook dat het mogelijk moet zijn dat een burger bij het uitbrengen van zijn stem tijdens verkiezingen drie leden van het stembureau moet kunnen aantreffen alle drie met een SP-button op? Onder het mom van ze kunnen hun werk toch best neutraal uitoefenen….?

      Peter Versteegh

      8 december 2017

      De meeste leden van een stembureau zijn geen ambtenaar – tenminste zo was het. Dus zijn in dit geval aparte kledingvoorschriften wellicht aan de orde.

    Charlotte Lockefeer-Maas

    4 december 2017

    Als we het erover eens zijn dat strikte neutraliteit voor niemand haalbaar is – ook niet voor de niet-gelovige -, terwijl dat wel voor iedereen – gelovig of ongelovig – het na te streven ideaal hoort te zijn, wat betekent dat dan voor die eis van pretentie van neutraliteit? Dat je die juist door het verbieden van religieuze uitingen moet proberen te bereiken? Of dat je van ieder in deze democratische rechtsstaat vraagt enig vertrouwen te hebben in het feit dat de ander zijn werk volgens de wet doet, ongeacht of en welke religieuze symbolen draagt?
    Ik weet het antwoord niet direct, maar misschien bestaat in die tweede optie wel meer individuele vrijheid dan in de eerste. Echte winst voor de vrije een pluriforme samenleving zou het wellicht zijn als we de situatie bereiken waarin een afvallige moslim vol vertrouwen aangifte doet bij een vrouw die een hoofddoek draagt, omdat hij weet dat niet iedere moslim over één kam te scheren is. Of dat een christen met datzelfde vertrouwen aangifte doet van bedreiging vanwege zijn minderheidsopvatting over het homohuwelijk bij een agent, die zijn buurman is en van wie hij weet dat die zelf homo is. Helaas lijkt die situatie erg ver weg. Maar is het te veel gevraagd? Het vergt nogal wat kritische zelfreflectie van echt iedereen.

      Peter Versteegh

      4 december 2017

      Ambtenaren moeten toch een ambtseed afleggen? Daarin zweren zij dat ze zorgvuldig, onkreukbaar en betrouwbaar zullen zijn. Dan mag je als burger verwachten dat je ook zo wordt behandeld door de ambtenaar. Uit datgene wat de ambtenaar draagt hoeft de burger geen conclusies te trekken.

    Jannes Verwer

    3 december 2017

    Kan me niet geheel losmaken van de gedachte dat het hier een zendingsdrang betreft. Zie ook haar optreden in Nieuwsuur. De traditionele religies hebben deze drang , zeker ook in respect voor anders denkenden, al heel lang geleden verlaten in onze hedendaagse cultuur. Naast het thema neutraliteit uitstralen kan ook dit thema van respect en niet onnodig kwetsend zijn genoemd worden.

    Georg Kellersmann

    28 november 2017

    Een ambtenaar die een hoofddoek draagt kan niet neutraal staan in de taak die aan de ambtenaar is toevertrouwd en geeft zelfs blijk van eigen ongeschiktheid. Hoe dat dan zit met mensen die geen hoofddoek dragen, maar op grond van hun – niet zichtbare – levensovertuiging stellig niet de gewenste neutraliteit kunnen opbrengen doet volgens deze vooringenomenheid blijkbaar niet ter zake. Patrick geeft hier blijk van teveel vooringenomenheid.

      Jip Stam

      1 december 2017

      Mijns inziens is het niet zozeer het neutraal handelen dat hier centraal staat, als wel de pretentie (of de uitstraling) van neutraliteit. Niemand kan garanderen dat iedere politie-agent, rechter of welke ambtenaar dan ook, volledig neutraal handelt. Wat we daarentegen wel kunnen garanderen is dat iedere overheidsdienaar zich neutraal (lees: uniform) kleedt en zich van de morele betekenis van deze neutraliteit in het voorkomen bewust is.

        Georg Kellersmann

        1 december 2017

        Laten we even aannemen dat Jip hier niet bedoelt dat elke loketambtenaar in uniform moet worden gehuld, dat zou wel erg on-Nederlands zijn. Uniform is hier dus: neutraal. En wat wordt daarmee dan gegarandeerd? Dat elke ambtenaar zich dáárdoor van de verplichte neutraliteit bewust is? Kom nou. Wie in Nederland ambtenaar wordt weet vanaf de eerste dag dat zijn/haar levensbeschouwing in de ambtelijke taak geen rol mag spelen. Aan weiger-ambtenaren was het ook niet te zien dat zij zouden weigeren homo-huwelijken te sluiten. De vrouw waar deze column z’n ontstaan aan dankte was in elk geval gewoon oprecht door te tonen dat zij Moslima is. Haar religie adviseert vrouwen hun haar te bedekken, maar dwingt ze niet daartoe. Wie daaruit de conclusie trekt dat zij zich daardoor zal laten leiden in de uitoefening van haar taak geeft zelf blijk van verwijtbare vooringenomenheid.