Column: Waar is het nationale debat over de WIV?

Over een kleine week is het zover: de verkiezingen voor de gemeenteraad. Een belangrijk moment, want dan kiezen alle stemgerechtigde Nederlanders hun politieke vertegenwoordigers op lokaal niveau. De afgelopen jaren is het belang van de keuze die volgende week voorligt aanzienlijk toegenomen, omdat de gemeenten er veel taken hebben bijgekregen, met name op het gebied van werk, inkomen, jeugdzorg en zorg aan langdurig zieken en ouderen. Over de gemeenteraad wordt daarom merkbaar veel gedebatteerd de laatste tijd. Wat betreft die andere stemming op 21 maart, het raadgevend referendum over de Wet of de inlichtingen- en veiligheidsdiensten (WIV), blijft het daarentegen angstvallig stil. Dat is ten onrechte.

 

Hoewel er hier en daar door en rond universiteiten, denktanks en andere kennisinstituten debatten en discussies worden georganiseerd over de ‘sleepwet’, is er op nationaal niveau nog nauwelijks een debat aan dit onderwerp gewijd. Dat is een gemiste kans. De herziening van de WIV behelst namelijk een significante uitbreiding van de bevoegdheden van onze geheime dienst, hetgeen ongetwijfeld een grote impact op onze privacy zal hebben. Zeker voor liberalen – of je nu voor of tegen de wet bent – is dat van groot politiek belang.

 

Het lijkt tegenstrijdig dat de verkiezing van lokale volksvertegenwoordigers, een thema dat vooral een kwestie van lokaal debat zou moeten zijn, veel meer nationale aandacht oogst dan een nationaal referendum. Want wat hebben de ‘Haagse kopstukken’ nu in vredesnaam te vinden over de plek van nieuwe fietspaden in Zaltbommel of de bouw van een ondergrondse parkeergarage in Leiden? Afgezien van leuzen als ‘eerlijk delen’, ‘handen uit de mouwen’ – of opgestroopte mouwen natuurlijk – en andere algemeenheden hebben Tweede Kamerleden of leden van het kabinet ongetwijfeld niets over lokale politiek te melden. Waarom eisen ze dan toch zoveel aandacht op en lijken ze het sleepwetreferendum te negeren?

 

Een belangrijke verklaring is waarschijnlijk gelegen in het feit dat de lokale afdelingen van nationale partijen nog altijd een flinke vinger in de pap hebben in de gemeenteraden. Hoewel hun aandeel de afgelopen tientallen jaren gestaag is teruggelopen ten gunste van lokale partijen, vormen landelijke partijen nog steeds de meerderheid in de meeste gemeenten. En dat willen die partijen natuurlijk graag zo houden. Als zij de macht in de raden verliezen, dan verliezen zij immers ook de mogelijkheid om zich via de partijorganisatie met de lokale politiek de bemoeien. Voorts beschouwen nationale partijen de prestatie van hun lokale afdelingen als een graadmeter voor het kabinetsbeleid. Het is dus geen wonder dat de ‘nationale kopstukken’ de aandacht naar toe willen trekken.

 

De geringe aandacht voor de sleepwet hangt ongetwijfeld met deze dynamiek samen. Hoe minder aandacht daarvoor gereserveerd wordt, des te meer ruimte er is voor de kopstukken om hun partij in de schijnwerpers te zetten. Althans, zo denkt de regeringscoalitie er naar alle waarschijnlijkheid over, die het als voorstander van de nieuwe WIV aangelegen er zo min mogelijk over te praten. Aan de andere kant is er zelfs voor oppositiepartijen een prikkel om deze strategie te volgen, aangezien ook zij wellicht meer heil zien in een succesvolle gemeenteraadsverkiezing dan een referendum over een wet die de coalitie naar alle waarschijnlijkheid toch zal doordrukken.

 

Dit alles neemt het het belang van het referendum, en een publiek debat daarover, daarentegen niet weg. De WIV is immers een wet die het paradoxale liberale streven naar zoveel mogelijk vrijheid én veiligheid op scherp stelt, en om die reden kleven er zowel grote voor- als nadelen aan. Toch wordt het feit dat de bevolking daar volgende week over mag stemmen door sommigen overbodig geacht. Waarom? Vertrouwen zij onze vrijheid soms blindelings toe aan de toevallige meerderheid van de Staten-Generaal? Wat kan het kwaad als de voorstanders van de wet wordt gevraagd deze met overtuiging te verdedigen en de tegenstanders ons een alternatief perspectief voor ogen te houden? Dat is toch democratie in zijn meest zuivere en doeltreffende vorm?

 

Hoe dan ook: het is te hopen dat de WIV de komende dagen meer nationale aandacht zal krijgen en de kiezer geënthousiasmeerd wordt zich er daadwerkelijk in te verdiepen. Al was het maar omdat het voorlopig de laatste keer is dat de bevolking zich direct met de Haagsche kaasstolp mag bemoeien.

 

Jip Stam is politicoloog, student rechtsfilosofie aan de Universiteit Leiden en deeltijdmedewerker van de Teldersstichting

Alleen abonnees kunnen mee debatteren. Word abonnee!
    Ronald Weilers

    16 maart 2018

    Helemaal mee eens. Helaas is door de fractie van onze partij de VVD ook besloten dat de WIV coûte que coûte ingevoerd gaat worden. Ockje Tellegen blijft de wet verdedigen tijdens diverse bijeenkomsten en debatten, ook al worden er door diverse hoogleraren en veel belangrijke organisaties valide bezwaren ingebracht. Zelfs Frank van Kappen namens de VVD in de 1e Kamer heeft dergelijke bezwaren tegen de wet, maar dat zet de partij niet op andere gedachten. De gehele fractie 2e Kamer reageert überhaupt niet of nauwelijks op genuanceerde input. Blijkbaar is door de coalitie besloten dat figuren als Rob Bertholee en andere belanghebbenden het voortouw moeten nemen, maar hun argumentatie blijft zwak. Het gaat enkel en alleen over de gevaren van het terrorisme en de cybercrime en dat het z’n vaart niet zal lopen en dat de overheid betrouwbaar is.

    Alleen betalende gebruikers kunnen mee debatteren.