Column: Toets recht op wachtgeld voor politici per geval

Door: Fleur de Beaufort

 

‘Vrouwen betasten, zelf opstappen en tien jaar wachtgeld meekrijgen: dat krijg ik ook niet uitgelegd’, aldus VVD-fractievoorzitter Klaas Dijkhoff in een recente vlog naar aanleiding van het vertrek van de burgemeester van Oosterhout. De kwestie in de Brabantse gemeente is het zoveelste schandaal rondom een politicus die ondanks een zelfgekozen of zelf veroorzaakt vertrek een beroep kan doen op de nog steeds erg ruime wettelijke wachtgeldregeling.

 

Hoewel de regels de laatste jaren al zijn aangescherpt en versoberd, zoals Dijkhoff terecht opmerkte, is het wachtgeld een steeds terugkerende irritatie. Burgers begrijpen niet dat wangedrag of een wanprestatie na afloop wordt ‘beloond’ met een riante uitkering. Ook een vrijwillig gekozen vertrek uit de politiek doet geen afbreuk aan het ‘recht’ op wachtgeld. Politici krijgen dit – voor zover zij eerlijk genoeg zijn dat toe te geven – ook niet uitgelegd aan hun achterban.

 

De wachtgeldregeling werd ooit ingesteld om tegemoet te komen aan de onzekerheden die met het beroep van politicus gepaard gaan. Los van diens functioneren kan een politicus door onvoorziene zaken plotseling zonder baan komen te staan. Toenmalig minister van Binnenlandse Zaken Ronald Plasterk verdedigde tijdens de laatste parlementaire discussie over het wachtgeld nog het belang van een goede rechtspositie en bijzondere arbeidsvoorwaarden voor politieke ambtsdragers. Alleen zo zou de kwaliteit van het openbaar bestuur gewaarborgd kunnen worden evenals het functioneren van de democratische rechtsstaat. Bovendien, zo de gedachte van Plasterk, wordt met het wachtgeld voorkomen dat het al dan niet nemen van politieke verantwoordelijkheid een financiële afweging wordt.

 

Voor politici geldt, anders dan voor ‘gewone’ werknemers, geen ontslagbescherming. Dit verklaart de keuze voor een wettelijk geregelde andere vorm van financiële buffer, daar het metier van politicus anders wel erg onaantrekkelijk zou worden. Echter het automatisme, de duur en de omvang van het huidige systeem, maakt dat het – ondanks de recente versoberingen – niet uit te leggen is aan burgers. Immers ook voor burgers is het risico op verlies van hun baan buiten hun eigen schuld om een realiteit. De ontslagbescherming voor ‘gewone’ werknemers is de laatste jaren ook al fors beperkt, evenals het werkloosheidsvangnet. Politici krijgen niet alleen een hoger percentage van hun laatstverdiende salaris gedurende het eerste jaar, maar ook een veel langduriger vergoeding. De sollicitatieplicht geldt wel voor beide regelingen.

 

Met name het gegeven dat politici aanspraak op wachtgeld kunnen maken ongeacht de reden van hun vertrek is niet uit te leggen. Daardoor kan het gebeuren dat iemand wiens positie onhoudbaar is geworden door bijvoorbeeld seksueel grensoverschrijdend gedrag wordt beloond met wachtgeld en nog jaren kan teren op gemeenschapsgeld. De burgemeester van Oosterhout is het meest recente voorbeeld van deze wantoestand, maar velen gingen hem voor. Zelfs een vrijwillig vertrek uit de politiek doet geen afbreuk aan het recht voortaan een fors graantje mee te pikken uit de staatsruif. Zo kon het gebeuren dat D66-Kamerlid Wassila Hachchi zelf besloot de politiek vroegtijdig te verlaten, om vervolgens met wachtgeld op onze kosten haar geluk te beproeven in de Verenigde Staten. De wachtgeldregeling wordt soms zelfs bewust misbruikt om het gat tussen twee banen bij een zelfgekozen vroegtijdig vertrek te dichten. Met andere woorden, een langdurig verlof op kosten van de gemeenschap, het vertrek had immers ook uitgesteld kunnen worden tot vlak voor de start van de nieuwe baan.

 

Het siert Klaas Dijkhoff dat hij ruiterlijk heeft toegegeven de situatie rondom zijn partijgenoot in Oosterhout niet uit te kunnen leggen. Nog mooier zou het zijn als hij ook de volgende stap zet en de discussie rondom het wachtgeld opnieuw op de politieke agenda plaatst zodat essentiële verbeteringen kunnen worden toegepast. Schrap het automatisme waarmee wachtgeld wordt toegekend en zorg dat tenminste de reden van het vertrek steeds wordt meegewogen. Als gevolg van wanprestaties of wetsovertredingen dient het recht op wachtgeld te vervallen, evenals bij een zelfgekozen vroegtijdig vertrek uit de politiek. Daarnaast past het in tijden van versobering van de verzorgingsstaat dat de duur van de wachtregeling in lijn wordt gebracht met het werkloosheidsvangnet.

 

 

Drs. F.D. de Beaufort is wetenschappelijk medewerker bij de TeldersStichting.

Alleen abonnees kunnen mee debatteren. Word abonnee!
    Patrick van Schie

    20 februari 2018

    Eens, het is steeds minder verdedigbaar dat de wachtgeldregeling voor politici nog altijd rianter is dan de WW-regeling van gewone burgers. Het enige dat voor een regeling ongeacht of een politicus zelf het besluit heeft genomen op te stappen zou kunnen ingebracht, is dat pluche-kleven anders nóg aantrekkelijker wordt. Je zou dat echter wellicht kunnen dichten met een soort recht voor kiezers op ‘recall’.

    Alleen betalende gebruikers kunnen mee debatteren.