Gastcolumn uit LR: Populisme en economie

Enkele maanden geleden werd ik door een aantal klanten gevraagd mee te denken over de relatie tussen het opkomende populisme, economie en financiële markten. Op het oog lijkt de vraag puur financieel gemotiveerd. Hoe het vermogen in stand te houden bij onderliggende zorg over lagere groei, hogere belastingen en terugkeer van inflatie? Maar het ging ook om de dieper liggende vragen waar het in de economie altijd om draait. De verdeling van schaarse middelen. En de daarmee samenhangende moraliteit. Wat is een eerlijke verdeling? Economie draait om meer dan cijfers in een spreadsheet.

 

Toen ik begon met het formuleren van mijn antwoord moest ik terugdenken aan mijn eerste column (Trilemma) in deze publicatie. Die schreef ik eind 2016 over de frustratie over globalisering. Dit was net na de Brexit en de verkiezing van Trump. Met een blik op de stembusstrijd in 2017 was de verwachting dat het debat in Europa ook zou verhitten. Er was veel aandacht voor de ‘verliezers’ van globalisering, de neiging tot meer protectionisme en veel focus op ongelijkheid. Het ‘verkeerde’ populisme bereikte niet het centrum van de macht. Maar ook hier is sprake van polarisatie en is het te vroeg om victorie te kraaien.

 

Van nature besteden economen veel tijd aan cijfers. Daardoor is vaak minder aandacht voor sociale effecten. Als economen het hebben over de voordelen van technologische vooruitgang en globalisering, dan hebben ze gelijk: die leiden inderdaad tot hogere groei en lagere inflatie. Maar ze zorgen ook voor herverdelingsvraagstukken waarbij ongelijkheid tussen landen afneemt en binnen landen toeneemt – en waarbij de verdeling tussen kapitaal en arbeid schever wordt. Zeker in de Westerse wereld overheerst bij velen het gevoel dat de pijn van de recessie (‘eerst het zuur’) vooral zijn gevoeld door de middenklasse, zonder dat zij er beter van zijn geworden (‘het zoet komt nog’).

 

Laat ik u meenemen in mijn analyse. Politiek expert Cas Mudde laat zien dat een uitdagende economische omgeving (zie de lage inkomensgroei) in combinatie met sociale factoren zoals gebrek aan vertrouwen, trots en identiteit (zie https://www.edelman.com/trust2017/) de ideale voedingsbodem is voor populisme. De geschiedenis toont dat populisme verschillende vormen kan aannemen. De onvrede en roep om een ander model komen via verkiezingen tot uiting. Wie de tijdgeest het beste aanvoelt, wint verkiezingen zonder een antwoord te hoeven hebben. De uitdagingen liegen er niet om, maar de optimist in mij ziet verandering.

 

Het is geen sinecure een antwoord te formuleren op alle uitdagingen. Een column is daarvoor zeker te kort. Een antwoord zou mijns inziens moeten bestaan uit verschillende aspecten. Eerst de boodschap dat globalisering en technologische ontwikkelingen niet simpel en pijnvrij teruggedraaid kunnen worden. Daarnaast dat het duur is om gedane beloften uit het verleden waar te maken. Hervormingen of extra investeringen in gezondheidszorg, onderwijs en pensioenen zijn noodzakelijk om die op hetzelfde niveau te houden. Dat vraagt om keuzes – of meer inkomsten, om het zoeken van een nieuwe balans in de verdeling tussen arbeid en kapitaal waarbij de winstmaximalisatie in het bedrijfsleven geen race to the bottom in loonkosten en belastingen is. Dus waar ieder zijn fair share moet bijdragen voor het publieke belang. Terwijl ondernemerschap tegelijkertijd wel beloond blijft. En dan moet er ook nog een antwoord komen op zorgen over immigratie. Nee, deze lijst is niet uitputtend. En ja, er zit een waardeoordeel in.

 

Ik ben en blijf een econoom, dus ik zoek dan ook de oplossing in de economie. De wereld wordt nog steeds geplaagd door een veelheid aan schulden met de ‘strijd’ tussen debiteur en crediteur. Hogere groei en iets meer inflatie lossen een boel problemen op. Dat moet dan ook de focus zijn. Helaas komt een groeispurt niet vanzelf. Wie goed kijkt ziet verandering. Binnen het bedrijfsleven verschuift de fixatie van korte termijn winstmaximalisatie naar meer aandacht voor lange termijn waarde creatie voor alle stakeholders. Van technologiebedrijven wordt verwacht dat zij hun verantwoordelijkheid nemen als verspreider van nieuws op sociale media. Academici en beleidsmakers richten zich naast de focus op groei meer op de verdeling tussen arbeid en kapitaal. En centrale bankiers en politici wijzen daar ook op en pleiten voor hogere lonen. Dat is logisch, omdat lage kosten van kapitaal en hoge kasstromen niet leiden tot hogere groei, maar wel tot meer verdeling.

 

We lijken op een omslagpunt te staan. Aan de trend van steeds vrijere markten, minder regulering en lagere belastingen die we sinds 1980 kenden is waarschijnlijk wel een einde gekomen. Het is mijn verwachting dat de overheid een grotere rol zal krijgen in het economische verkeer. In liberale kringen is dat vloeken in de kerk. Dat hoeft niet zo te zijn. Overheidsingrijpen gericht op het opknippen van monopolisten is economisch verantwoord. Het onderhouden van een sociaal vangnet voor mensen die tijdelijk buiten de boot vallen is sociaal rechtvaardig. Als een fabriek zijn deuren sluit en medewerkers omscholing nodig hebben is dat natuurlijk eigen verantwoordelijkheid – maar ook in het publieke belang.

 

En ik houd me vast aan het feit dat een grotere overheid niet per definitie slecht is. Het is niet alleen herverdelen. De vergelijking met de periode 1930-1960 – toen de neergang in economische groei en ongelijkheid van de depressie bestreden moesten worden – kan goed opgaan. Toen gaf de overheid de aanzet tot grote infrastructurele projecten, innovatie, educatie en een sociale verzorgingsstaat. Het is niet moeilijk een parallel te trekken naar de huidige uitdagingen rondom energietransitie, vergrijzing, permanente educatie en infrastructuur.

 

Samenvattend was mijn antwoord op de complexe en dieper liggende vraag van klanten toch vooral een economische. Dat we genoegen moeten nemen met minder omdat een groter deel van de taart naar de factor arbeid gaat. Een kleiner stukje van een grotere taart omdat daarmee hogere en stabiele groei gestimuleerd. Of het een ‘eerlijke’ verdeling is laat ik in het midden. Maar als we in staat zijn om nominale groei te bewerkstelligen en de herverdelingsvraagstukken te adresseren is het een stukje van de multidisciplinaire puzzel. Niet het volledige antwoord, maar minder kans op een wereld met verder oplopend populisme, hogere belastingen en protectionisme. En dat is niet slecht. Sterker nog. Ik ben ervan overtuigd dat het in ieders belang is.

 

Prof. dr. R.M. Salomons is hoogleraar economie aan de Rijksuniversiteit Groningen en hoofdstrateeg bij Kempen.

Alleen abonnees kunnen mee debatteren. Word abonnee!