Column: Pieter Duisenberg: faciliteer een open discussie over internationalisering

Vorige week gooide Eelco Runia een baksteen in de toch al onrustige vijver van het Nederlands academisch onderwijs. Runia, tot vorige week docent aan de Rijksuniversiteit Groningen, baarde opzien door vrijwillig ontslag te nemen uit protest tegen – wat hij noemt – het New Public Management en het ‘neoliberale’ bestuursmodel dat onze universiteiten in de voorbije decennia hebben omarmd. Hoewel de laatstgenoemde term ietwat ongelukkig is gekozen, sloeg de verbouwereerde academicus de spijker op zijn kop. Bovendien vindt zijn beklag weerklank in Den Haag, waarmee de tijd rijp lijkt voor een bredere maatschappelijke discussie.

 

Toch komt de discussie over het perverse financieringsmodel, de gecentraliseerde bestuurscultuur en de razendsnelle verengelsing van Nederlandse universiteiten beslist niet uit de lucht vallen. Al jaren klinken er noodkreten – van zowel binnen als buiten de academische wereld – waarmee critici het ‘rendementsdenken’ en diens uitwassen aan de kaak trachten te stellen. Toch bleef, alle scherpe en genuanceerde argumenten ten spijt, een brede politiek-maatschappelijke discussie – laat staan concrete actie vanuit universitaire bestuurders – uit.

 

Pas toen de Koninklijke Nederlandse Akademie van Wetenschappen (KNAW) zich er een half jaar geleden mee ging bemoeien, door een kritisch rapport te publiceren over met name de vergevorderde internationaliseringstendens, bereikte het thema voor het eerst de landelijke politiek. Niettemin liet minister Van Engelshoven van OCW in haar eerste reactie op het rapport weten de taalkeuze uiteindelijk aan de instellingen te willen laten en dus niet bereid te zijn om in te grijpen. De dappere zet van Eelco Runia, die zijn keuze uitgebreid toelichtte in NRC Handelsblad, lijkt hierin verandering te hebben gebracht; drie grote Tweede Kamerfracties (CDA, SP en GL) hebben zich inmiddels met kritische vragen tot de minister gewend.

 

Hoewel daarmee een serieuze discussie over het ‘rendementsdenken’ en verengelsing wellicht iets dichterbij is gebracht, zullen concrete beleidsveranderingen vanuit universitaire bestuurders moeten komen. En aangezien zij zich tot nog toe angstvallig stil houden – lees: de minister de klappen laten opvangen – zou de hoop op een debat ijdel kunnen blijken. Om dat te voorkomen dient de kersverse voorzitter van de Vereniging van Samenwerkende Nederlandse Universiteiten (VSNU), Pieter Duisenberg, te ijveren voor een landelijke, open en genuanceerde discussie over het bestuursmodel, de kwaliteit van onderwijs en de wenselijkheid van internationalisering op Nederlandse universiteiten.

 

De geest binnen de fles proberen te houden door de roep om discussie halsstarrig te blijven negeren zou niet alleen contraproductief, maar ook volstrekt anti-academisch zijn. De universiteit zou immers de plek moeten zijn waar vrije uitwisseling van ideeën – die zich niet laat leiden door de tucht van de marktwerking – gegarandeerd is, en waar niemand hoeft te vrezen voor zijn of haar (academische) reputatie. Duisenberg zou het goede voorbeeld kunnen geven door academische bestuurders aan deze belangrijke taak te herinneren. Dat neemt de verantwoordelijkheid van academisch personeel om het voorbeeld van Runia te volgen en zich uit te spreken over misstanden, overigens niet weg.

 

Jip Stam is politicoloog, student rechtsfilosofie aan de Universiteit Leiden en deeltijdmedewerker bij de Teldersstichting. 

Jouw reactie...