Column: Het pijnlijke zwijgen van de EU over de politieke gevangenen in Spanje

Over mensenrechten willen voorlieden van de EU andere landen vaak gretig de maat nemen. Een gretigheid die overigens lang niet altijd evenredig groeit met de ernst of de schaal van mensenrechtenschendingen; bij handelsmissies naar de Volksrepubliek China worden de al bijna zeven decennia durende bezetting van Tibet en de gevangenneming door het regime van inwoners die blijk geven van andere ideeën dan het communistische regime meestal ongemakkelijk weggefrommeld.

 

EU-lidstaten als Hongarije en Polen worden vanuit Brussel strenger gekapitteld dan China, hoewel wat in de beide eerstgenoemde landen gebeurt – zelfs al is het misschien niet helemaal zuiver – peanuts is vergeleken bij het vertrappen van mensenrechten door het bewind in Beijing. Wellicht verdedigen de Brusselse eurocraten zich met het argument dat een EU-lidstaat aan hogere normen moet voldoen, en dat wij daar als mede-Europeanen ook meer invloed op kunnen uitoefenen dan op de grote mogendheid China aan de andere kant van de wereld. Als dat het motief is om tegen Hongarije en Polen hoog van de toren te blazen, is de Brusselse zwijgzaamheid over de politieke gevangenen in Spanje des te schrijnender.

 

Nog altijd zijn tien voorstanders van Catalaanse onafhankelijkheid – onder wie acht ministers van de door Madrid ontbonden regionale regering – in cellen opgesloten, terwijl de Spaanse regering vijf in Brussel verblijvende ministers ook graag gevangen zou willen zetten. Hun ‘misdrijf’ bestaat niet uit een terreurdaad of andere handelingen die burgers hebben geschaad, maar uit hun mening dat Catalonië onafhankelijk van Spanje dient te zijn. Dat je een mening mag verkondigen ook al is deze een regering (in dit geval in Madrid) zeer onwelgevallig, zou voor een democratische rechtsstaat een kernstuk behoren te zijn. Maar in Spanje kan het je vandaag de dag op opsluiting in een gevangenis komen te staan.

 

Zeker, de basis voor de onafhankelijkheidsverklaring door de inmiddels ontbonden regionale Catalaanse regering was zwak. Daar staat tegenover dat de huidige Spaanse grondwet noch de Madrileense politici ook maar enige ruimte bieden om een eventueel verlangen onder een meerderheid van de Catalanen naar een eigen staat, langs democratische weg te bereiken. Wat de Catalaanse separatisten in die situatie hebben gedaan is niet naar geweld grijpen, hetgeen wel strafbaar had kunnen geweest, maar duidelijk maken dat er een reële mogelijkheid op onafhankelijkheid dient te zijn.

 

De mantra uit Brussel en uit de meeste hoofdsteden van andere EU-lidstaten luidt dat dit allemaal een interne Spaanse aangelegenheid is. Dit is tamelijk gênant. Het klinkt verdacht gelijk aan het traditionele verweer uit landen als China en Rusland tegen kritiek op mensenrechtenschendingen dat het Westen zich niet met hun ‘interne aangelegenheden’ moet bemoeien. Je kunt over de wenselijkheid van een onafhankelijk Catalonië denken zoals je wilt – een oordeel dat toch allereerst de Catalaanse burgers zou moeten toekomen, niet politieke leiders van buiten – maar wie daar vóór is begaat in een democratische rechtsstaat allerminst een misdrijf. Wie iemand wegens zijn mening opsluit, díe begaat een misdaad.

 

Voor verschillende politieke leiders in andere EU-lidstaten geldt misschien dat zij hun vingers liever niet branden aan een kwestie die ook in eigen land de wens naar meer zelfstandigheid van een regio kan aanwakkeren. Maar bij Juncker en zijn Europese Commissie zit er waarschijnlijk meer achter, namelijk hun geloof dat zich een onvermijdelijke schaalvergroting van het bestuur naar het Europese niveau aan het voltrekken is. Elke beweging de andere kant op is in hun ogen in strijd met ‘de geschiedenis’. Politici die zo’n andere kant op willen zijn in deze redenering verwerpelijk, en moeten met alle mogelijke middelen worden bestreden.

 

Voor zover ‘de geschiedenis’ iets heeft laten zien is het echter dat politici die claimen dat zij ‘de geschiedenis’ aan hun zijde hebben, een gevaarlijke retoriek bedrijven waarmee zij elke tegenstand de mond willen snoeren, ten minste in het debat maar in het verleden helaas ook nogal eens met geweld. ‘De geschiedenis’ voert nergens heen; het zijn immers mensen die de geschiedenis maken. En is het dan aan politici om deze geschiedenis te maken, ongeacht hoe burgers daarover denken? Dat zou niet langer de methode moeten zijn; het zijn praktijken die tot het verleden zouden moeten behoren. In een democratische rechtsstaat horen het de burgers te zijn die hun toekomst bepalen, of die nu voert naar grootschaliger bestuur dan wel naar een bestuur dat dichter bij deze burgers komt te staan.

 

Patrick van Schie is historicus en directeur van de TeldersStichting. Deze column is eveneens verschenen op de website van het dagblad Trouw. 

Jouw reactie...

    Ronald Weilers

    14 november 2017

    Heb persoonlijk een hekel aan het schelden en bedreigen op Facebook en Twitter en het helpt ook niks, maar het kriebelt wel. Juncker c.s. zijn zo suf bezig dat het een heel gênant hoofdstuk gaat worden in toekomstige geschiedschrijving. In plaats van Spanje meer democratisch besef bij te brengen (zo lang zijn ze het nog niet en met een dergelijke koning en regering zijn ze zo weer terug bij af) wordt er enkel gestreefd naar de eigen toekomst en niet de bestendige haalbare toekomst.