Column: Het liberale ongemak met de middenklasse

In Trouw van 19 juli stond een bericht met de kop: ‘Lage inkomens dreigen op te draaien voor klimaatkosten’. Twee dagen later luidde de omslag van Elsevier Weekblad in vette letters: ‘Gratis Energie!’. In kleine letters had de redactie daaraan toegevoegd ‘(Nou ja, bijna gratis)’. Enerzijds een bericht waarin gewaarschuwd wordt voor de verdeling van de klimaatkosten. Anderzijds het nieuws dat energie uit niet-fossiele bronnen tegenwoordig bijna gratis kan zijn. Is er dan wel een probleem? Dit is wat je noemt paradoxale berichtgeving.

 

Het bericht in Trouw gaat over een waarschuwing van Milieudefensie, die een sociale kloof voorziet als gevolg van het klimaatbeleid in Nederland. Hoge inkomens hebben de middelen om hun huis te isoleren, zonnepanelen op hun dak te plaatsen en een nieuwe zuinige auto aan te schaffen. Zij profiteren zo van een lage energierekening en de nodige subsidieregelingen waarvoor burgers in aanmerking komen – mits zij om te beginnen dat eigen geld kunnen inleggen. Inderdaad, onder die hoge inkomens zullen gemiddeld veel lezers van Elsevier Weekblad zitten, voor wie energie gratis wordt. Nou ja, bijna gratis dus. Lage inkomens, zo stelt Milieudefensie, hebben het geld niet om energiebesparende maatregelen te treffen. Zij profiteren daarom ook niet van regelingen en subsidies, terwijl zij via belastingen en heffingen wel meebetalen aan die subsidiepot.

 

Is dit een probleem voor liberalen? De VVD voelt traditioneel niets voor herverdeling en inkomensafhankelijk beleid. Liberalen laten het antwoord liever over aan de markt. Zodra zonnepanelen en elektrische auto’s gangbaarder worden, gaat hun prijs omlaag en worden ze ook betaalbaar voor lagere inkomens.

 

Daar zit wat in, hoewel die markt, omgeven door subsidies en belastingvoordelen, nu ook weer niet een zuiver liberaal antwoord genoemd kan worden. Toch legt Milieudefensie de vinger op een zere plek. Want ook de VVD werkt mee aan klimaatbeleid dat fossiele brandstoffen moet terugdringen, huizen klimaatneutraal moet maken en benzineauto’s moet uitbannen. Dat mag om een nobel doel zijn, maar daar gaat het hier niet om. Het gaat om het principe, dat burgers op kosten worden gejaagd, terwijl de baten niet bij al die burgers terechtkomen.

 

Hier is een parallel te trekken met het onlangs verschenen rapport van de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid (WRR) over de middenklasse in Nederland. Dat rapport, De val van de middenklasse? Het stabiele en het kwetsbare midden, heeft eenzelfde paradoxaal karakter als de berichten over de kosten van klimaatbeleid. De boodschap van de WRR is dat het met de middenklasse in Nederland over het algemeen goed gaat. Toch moet deze inkomensgroep harder werken om haar sociale positie te behouden en met meer onzekerheden leven, nu de verzorgingsstaat versoberd is en arbeidscontracten flexibeler worden. In de media waren daarom tegenstrijdige berichten over dit WRR-rapport te lezen. De één schreef dat de middenklasse meer ondersteuning kan gebruiken, de ander schreef dat het eigenlijk best goed gaat. Ook hier de vraag: wat is het probleem?

 

Als er een probleem is, dan wordt dat probleem duidelijk in een overzicht van het profijt dat huishoudens hebben van diverse overheidsvoorzieningen. Het is bekend dat de overheid met progressieve belasting- en premieheffing een meer gelijke inkomensverdeling nastreeft. De hoge inkomens dragen meer inkomen af en ontvangen minder; voor de lage inkomens geldt het omgekeerde. Maar als we kijken naar het totaal aan overheidsvoorzieningen (zoals vervoer, sport en cultuur, wonen, onderwijs en zorg), dan blijkt dat de middenklasse netto het minste profijt heeft van die voorzieningen. Lage inkomens profiteren bijvoorbeeld naar verhouding vooral van zorgvoorzieningen en andere maatschappelijke ondersteuning. Hogere inkomens profiteren naar verhouding veel van onderwijs en sport- en cultuurvoorzieningen. De middenklasse valt daartussen. Het zijn burgers, bijvoorbeeld met een middelbare opleiding, die te veel verdienen voor vrijstellingen, zorg- of huurtoeslag en te weinig om te profiteren van andere voorzieningen.

 

Dat beeld correspondeert met de door Milieudefensie geschetste situatie voor de kosten van klimaatbeleid. De sociale huurwoning van de laagste inkomens zal door de woningbouwvereniging klimaatneutraal worden gemaakt. De hogere inkomens doen dat bij hun eigen woning zelf, daarbij profiterend van subsidies. Maar de middenklasse, de groep met een eigen huis, maar zonder ruime reserves, betaalt wel mee, maar profiteert (vooralsnog) niet.

 

Nu is de vraag wat liberalen met deze wetenschap moeten. Nivelleren willen liberalen liever niet. Tegelijkertijd vinden zij het op het Binnenhof net als andere partijen gerechtvaardigd om burgers kosten op te leggen voor allerlei voorzieningen en regelingen, waaronder in een toekomstig kabinet ongetwijfeld ook een ‘ambitieuzer’ klimaatbeleid. Het is daarom juist voor liberalen een ongemakkelijke wetenschap dat veel burgers – laten we zeggen die hardwerkende Nederlander die iedere maand weer alert moet zijn om rond te kunnen komen en bij wie de nodige belastingen worden geïnd, netto het minste profijt heeft van al die regelingen.

 

Charlotte Lockefeer-Maas is wetenschappelijk medewerker van de Teldersstichting.

Jouw reactie...

    Ronald Weilers

    25 augustus 2017

    In de democratische wereld is de middenklasse een steeds groter deel van de maatschappij gaan uitmaken. In landen waar geen democratie heerst, maar er wel economische ruimte wordt geboden aan de bevolking zie je de middenklasse groeien (zie China) Of India waar naar mijn inzicht de middenklasse van boven naar beneden groeit (kasten), wordt of is de middenklasse zo groot dat daar het grote geld vandaan komt en de belastingen daar op worden ingesteld. In ons land, maar wellicht ook in andere West-Europese landen, wordt er lichtzinnig met de uitgaven omgegaan, wil elke richting haar eigen “leuke dingen” en is de politiek vaak niet echt geïnteresseerd in een adequate boekhouding (zelfs aan de wettelijk verplichte accountants worden geen hoge eisen gesteld) en dus wordt de belastingdruk steeds zwaarder en de bezuinigingen steeds ingrijpender. Het zou eerder de bedoeling dienen te zijn om de staatshuishouding dusdanig op orde te brengen, dat de middenklasse ruim meer geld overhoudt.

    Patrick van Schie

    1 augustus 2017

    De positie van de middenklasse proberen te verbeteren door ook richting hen te herverdelen lijkt me iig niet de oplossing. Die zal toch eerder moeten liggen in minder dwang, ook inderdaad ten behoeve van milieu-doelstellingen en minder herverdeling. De positie van de middenklasse staat overigens niet alleen daardoor onder druk, maar ook door ontwikkelingen op de arbeidsmarkt die samenhangen met de globalisering, of specifieker gezegd de opkomst van middenklassen buiten de Oeso-wereld. Daar is enerzijds niet veel aan te doen, tenzij je tot protectionisme zou overgaan, wat schadelijk is voor de economie als geheel (en producten duurder maakt, wat evenmin in het belang van de middenklasse is), anderzijds is het wel een probleem als de middenklasse in de knel komt. Dat is ten slotte altijd de kurk geweest waarop niet alleen de economieën in de Westerse landen draaien maar ook de stabiele pijler van de democratie.

    Georg Kellersmann

    30 juli 2017

    Inderdaad bevindt de VVD zich in een uiterst moeilijke positie. Enerzijds is liberaal-ideologisch inkomen-verdelend beleid onaanvaardbaar, anderzijds is het de regeer-graagheid, verdedigd met ‘landsbelang’, die dwingt tot dit soort beleid dat voor liberalen niet aanvaardbaar is en dus tot stemmenverlies voert.
    Triest is het derhalve dat VVD plus PVV ruim voldoende stemmen behalen voor een meer liberaal beleid, en dat samenwerking door beide partijen onmogelijk is gemaakt. Minder meegaandheid van de VVD-fractie in Rutte-II zou minder stemmenverlies hebben opgeleverd en nu waarschijnlijk geen maandenlange koehandel hebben veroorzaakt.

    Jannes Verwer

    28 juli 2017

    Sterk punt: de middenklasse in de knel. Onder de middenklasse een mer a boire aan ondersteunende maatregelen en boven de middenklasse relatief ook meer profijt van het collectieve beleid.
    De klimaatkosten slaan inderdaad onevenredig neer bij de middenklasse. Totaal dit jaar ca 12 mld aan allerlei subsidies die versleuteld worden via de energierekening, de algemene middelen, overheidssubsidies enz..
    Het dilemma voor Henk Kamp is dat hij aan een internationale afspraak vastzit om tot 16% duurzame energie te komen. Dus a: grote windparken op zee met veel subsidie bouwen. ( Het lijkt alsof dit niet meer nodig is maar de subsidies zijn verborgen in de gesocialiseerde aansluitkosten via het landelijke netwerktarief, in de zgn. onbalanskosten agv de wisselende energielevering van de molens niet betaald behoeven te worden, in reserve vermogen dat niet in rekening wordt gebracht bij uitval van de molens bij hoge en lage windsnelheden) .Dus b: subsidieregeling voor zonnepanelen en subsidies voor het verstoken van biomassa. ( Hier gaat een paar miljard naar kolencentrales om een beetje ‘groene’ stroom te maken. )
    Hoe de verdeling tussen de groepen van die 12 miljard precies uitpakt lijkt me een studie op zich.
    Feit is wel dat de linkse partijen nu framen dat de mensen die met subsidie zonnecellen installeren dit doen op kosten van de grote massa en ook de middenklasse die zich niet in de schulden kan steken om te investeren in zonnecellen. Voorlopig gaat het niet om echt grote bedragen.
    Nederland worstelt bij het klimaatvraagstuk met het probleem van de te kleine Nederlandse schaalgrootte waarop men beleid wil maken. Het beste zou zijn om de kosten voor CO2 uitstoot via het Europese emissie systeem te verhogen en duurzame energiebronnen daar te ontwikkelen waar het rendement het grootste is en waar voldoende ruimte aanwezig is. Dan kan de markt beter zijn werk doen en kunnen bedrijven ook bij hun investeringen er alle aandacht aan schenken zonder het zgn. regulatory risk. ( overheden die hun beleid steeds veranderen)
    De Europese regelgeving voorziet er in principe in dat de kosten voor CO2 uitstoot fors gaan stijgen. We moeten meer geduld hebben en ondertussen met extra R&D het vraagstuk te lijf gaan.