Column: Het Bifi-worstjes-incident 

Een aantal dagen geleden begaf ik mij in een willekeurige supermarkt voor mijn dagelijkse boodschappen. Na mijn mandje vol te hebben gegooid met een gevarieerd gezelschap aan producten, besefte ik dat ik enkel artikelen bij elkaar had geraapt voor de grotere maaltijd. Een kleine versnapering voor tussendoor ontbrak nog. Toevalligerwijs passeerde ik op dat moment net een afdeling waar zich een verscheidenheid aan snacks bevonden, waaronder ook Bifi-worstjes. Nou had ik nooit eerder in mijn leven Bifi-worstjes gegeten, of was het überhaupt in mij opgekomen om deze ooit te kopen. Zonder er bij na te denken was ik tot op dat moment altijd de Bifi-worstjes voorbij gelopen in de winkel. Maar goed, onder het motto “openstaan voor nieuwe ervaringen” graaide ik een pak Bifi-worstjes uit de schappen en plaatste ze in mijn mandje.

 

Over of ik op het gebied van smaakervaring een goede of slechte keus had gemaakt, zal ik deze column verder niet uitweiden. De reden dat ik überhaupt over deze ogenschijnlijk niet erg boeiende gebeurtenis schrijf, heeft namelijk te maken met wat zich diezelfde dag later op de avond afspeelde. Ik opende die avond namelijk via mijn smartphone de Facebook app. Vele minuten aan nonsens later verscheen er iets op mijn beeld waar mijn mond van openviel. Geen ‘BREAKING NEWS bericht’, maar een voor ieder ander nietszeggende Facebook advertentie was hier de reden voor. “Probeer nu ook Bifi 100% kalkoen!” luidde de tekst naast de afbeelding van een bevleugeld Bifi-worstje.

 

Big Brother is watching you” was het eerste wat bij mij opkwam. De kans dat deze advertentie, die tot op dat moment nooit eerder bij mij op Facebook voorbij was gekomen, met toeval aan mij werd voorgelegd, leek mij nihil. Ik was zeker van het feit dat ik nooit in mijn leven iets van een internetspoor had achtergelaten wat mij zou kunnen associëren met Bifi-worstjes. Stellig in mijn vermoedens, berichtte ik een vriend over dit incident. Weinig overtuigd wimpelde hij mijn complottheorie af. Althans, tot het moment dat hij de volgende dag diezelfde advertentie op zijn Facebook pagina zag verschijnen. Het bleek hier dus niet om een losstaand incident te zijn, maar wel degelijk om een patroon. Een patroon wat Facebook zelf ‘gericht adverteren’ noemt. Dat wil zeggen, adverteren gebaseerd op je persoonlijke online profiel.

 

Hoe Facebook precies achterhaald heeft dat ik die bewuste dag in de supermarkt Bifi-worstjes heb gekocht blijft voor mij een raadsel. Er bestaat natuurlijk altijd een minimale kans dat dit stom toeval is geweest. Wat wel voor de hand ligt is hoe de advertentie de volgende dag bij mijn vriend tevoorschijn is gekomen. Ik had hem namelijk over dit voorval verteld via de ‘Facebook Messenger’ app. Door de woorden ‘Bifi-worstjes’ een aantal keer te laten vallen in dit gesprek, kon Facebook dit oppakken en ergens opslaan om vervolgens gericht te kunnen adverteren. Het is algemeen bekend dat bijvoorbeeld ook Google zoekopdrachten gebruikt om dit te kunnen doen. Typ eenmaal ‘Bifi-worstjes’ in de zoekbalk in, en het bevleugelde kalkoen worstje zal overal op internet opduiken.

 

Maar moeten wij hier nou wel zo blij mij zijn? Je zou kunnen stellen gezien het feit dat advertenties op het internet onvermijdelijk zijn, je dan maar beter advertenties kan hebben die gericht zijn op jou als persoon. Er was inderdaad een aanzienlijke kans dat ik na de ‘naturel’ Bifi-worstjes te hebben geprobeerd, nieuwsgierig zou zijn naar de variant gemaakt van gevogelte. Dat kan wel zo zijn, maar daar schuilt hem ook niet het gevaar in. Het enge aan deze werkwijze van bedrijven als Facebook en Google is dat al jouw aankopen en interesses, ongeacht of jij dit wilt of niet, geregistreerd staan in een virtuele database. Mijns inziens is dit een grove schending van iemands privacy, waar in potentie veel misbruik van gemaakt kan worden. Nou zijn Bifi-worstjes een vrij onschuldige aankoop, maar stel dat ik medicijnen voor een ernstige ziekte had gekocht. Of in een ondeugende bui een uitgebreide collectie aan seksartikelen had aangeschaft. Dit zijn aankopen die de meeste mensen liever voor zichzelf houden.

 

Gericht adverteren houdt in dat bedrijven mee kunnen lezen met alles wat jij op het internet doet en dat ook offline, door middel van bijvoorbeeld ‘GPS tracking’, bedrijven precies kunnen weten welke plekken je hebt bezocht. Ook al is het aannemelijk dat de meeste bedrijven hier naast gericht adverteren geen kwade bedoelingen mee hebben, bestaat er altijd de kans op een lek van jouw persoonlijke gegevens. Het verleden heeft ons vaker getoond dat zelfs de grootste en geavanceerdste bedrijven niet ongevoelig zijn voor hackers. In de afgelopen jaren werden giganten als Yahoo en Sony slachtoffers van dergelijker hack-aanvallen, waardoor vele persoonlijke gegevens werden gestolen. Vorig jaar nog zorgde een cyberaanval op de Erasmus Universiteit in Rotterdam ervoor dat de medische gegevens van mogelijk duizenden studenten en medewerkers uit handen werden gegeven. Vooral in een tijd waarin landen nu zelf dergelijke cyberaanvallen coördineren – denk aan Rusland of Noord-Korea – is behoedzaamheid daarom zeer wenselijk.

 

Maar naast het voorgaande argument is er ook een principieel bezwaar. Niemand zou jouw persoonlijke gegevens mogen vastleggen, zonder hier duidelijk toestemming voor te hebben. Er worden onderling tussen bedrijven afspraken gemaakt om nog efficiënter gericht te kunnen adverteren. Gegevens die je achterlaat bij één bedrijf worden gelinkt aan gegevens die je achterlaat bij een ander bedrijf, waardoor je online profiel steeds completer wordt. Door op de hoogte te zijn van je bezoek aan een juwelier in combinatie met je geplande vakantie naar een exotisch oord samen met je partner, kan een bedrijf raden dat er een huwelijksaanzoek aan zit te komen. Dus in feite kan een bedrijf als Facebook eerder op de hoogte zijn van je geplande huwelijksaanzoek, dan je partner zelf. Als Google uit mijn zoekopdrachten kan opmaken dat ik mij in een zware midlifecrisis bevind, moet ik me dan zorgen maken dat autofabrikanten mijn moment van zwakte willen misbruiken door me te overvallen met advertenties van Ferraris en Porches? Het zal de consumptiemaatschappij in ieder geval wel ten goede komen. Wellicht zou de uitspraak “je bent wat je koopt” dan ook omgedraaid moeten worden naar “je koopt wat je bent”. En wie jij bent als consument weet een bedrijf als Facebook of Google misschien wel beter dan jijzelf. Zie hier het ‘butterfly effect’ van één onschuldig pak Bifi- worstjes.

 

Wilbert Jan Derksen is stagiair bij de TeldersStichting en student Internationale Betrekkingen vanuit Historisch Perspectief aan de Universiteit Utrecht.

Jouw reactie...

    Ronald Weilers

    13 november 2017

    Het recht op “privacy” is een grondrecht, of zou dat op z’n minst dienen te zijn.
    Persoonlijke gegevens aangaande een individu zijn het absolute en onverkorte eigendom van dat individu. Een ieder dient gevrijwaard te zijn van ongewenste inmenging door anderen in zijn of haar privé leven. Slechts daar waar consensus over is, zoals bij belastingheffing en persoonsgegevens bij de overheid, zijn enkel de daarvoor noodzakelijke persoonsgegevens in bezit van de overheid en haar voor onze samenleving noodzakelijke instanties. Aan andere overheids- en semi overheids instanties en bedrijven en welke instituties dan ook zou alleen op vrijwillige basis persoonlijke informatie door de persoon zelf, dan wel de wettelijk voogd (ouders), gegeven kunnen worden. Geen enkele instantie, geen enkel bedrijf, geen enkel instituut, geen enkel individu, zou de beschikking mogen hebben over welke persoonsgegevens dan ook zonder de uitdrukkelijke, schriftelijke, gedetailleerde toestemming van elk individu. Dit dient controleerbaar te zijn door een volkomen onafhankelijke instantie. Onafhankelijk van de overheid, bedrijven, instituties en individuen.

    Voor het bewaren van de democratie is dat van essentieel belang. Het zou mogelijk moeten worden dat de verantwoordelijke personen van bedrijven, instanties, instituten enz. die zich niet aan daartoe strekkende wetgeving houden, bijzonder zwaar gestraft worden. Zwaar bij falend toezicht, zeer zwaar indien sprake is van moedwil. Ook eigenaren van ontspoorde bedrijven zouden consequenties moeten kunnen ondervinden; evenals raden van commissarissen en falende toezichthouders.

    Op het gebied van data opslag en gebruik is zo veel mogelijk geworden, dat manipulatie van die data voor een steeds groter aantal bedrijven, instituten, enz., maar ook instanties en regeringen, een optie wordt om macht te consolideren of te winnen. De mens zit zo in elkaar dat indien er maar een fractie ruimte wordt geboden, daar misbruik van gemaakt wordt. Vooral ook omdat door de globalisering bedrijven, instituten enz. steeds kapitaal krachtiger worden en de nodige techniek overal kunnen aanschaffen of kunnen laten ontwikkelen.

    Martin Hooftman

    10 november 2017

    Had het idee dat de Bifi-worstjes een aanloop waren naar de Wiv, de Wet op de inlichtingen- en veiligheidsdiensten.
    Zelfs met deze wet weten Facebook en Google meer dan de overheid.
    Afgevraagd kan worden of tegenstanders van de Wiv zich bij het referendum zich dat realiseren.

    Overigens is het wel praktisch om het, wat mij betreft vermaledijde, referendum tegelijk te houden met de gemeenteraadsverkiezingen, maar is dit verwerpelijk gelet op het wederzijds beïnvloeden van de opkomst. Voor de geldigheid van het referendum is opkomst een criterium, maar ook de uitslag van gemeenteraadsverkiezingen is sterk afhankelijk van de mate waarin partijen kans zien hun potentiële kiezers naar de stembus te krijgen.
    Een maatschappelijke discussie voor vaststelling van de Wiv was natuurlijk wel op zijn plaats geweest. Opvallend is dat bij de Tweede Kamerverkiezingen de Wiv niet of nauwelijks aan de orde is geweest.

    Georg Kellersmann

    8 november 2017

    Beste Wilbert Jan,
    je bent een gelukkig mens geweest dat dit BiFi incident je pas nu is overkomen. Wat je beschrijft is al jaren aan de gang en niet alleen en uitsluitend via Facebook. Alle interesses die je toont via je browser komen bij Facebook dan wel bij Google terecht en die maken er op zeer laakbare manier misbruik van. Het Bifi incident is slechts één enkel voorbeeld. Je kunt er binnen enkele dagen tientallen verzamelen. Helaas zal het niet lukken deze schending van privacy te stoppen, behalve uiteraard door niet meer te communiceren via internet, als is dat vandaag de dag nagenoeg onmogelijk geworden. Hoe Facebook kon weten dat je BiFi had gekocht bij één van onze grote supermarkten? Je betaalde waarschijnlijk met een betaalpas en zo werd de kassabon gerelateerd aan je naam en denkelijk heeft die supermarktketen een deal met Facebook.

      Wilbert Jan Derksen

      9 november 2017

      Beste heer Kellersmann,

      Dit zou inderdaad een plausibele verklaring kunnen zijn voor wat er gebeurt is. Het incident overkwam mij in een Plus supermarkt. Des te vreemder, aangezien deze supermarkt niet werkt met een bonuskaart zoals de Albert Heijn. Deze bonuskaart is vaak wel aan de eigenaar gekoppeld. Het is een kwalijke zaak dat vooral op het internet ongemerkt veel gegevens worden vastgelegd en uitgewisseld. Hoewel het internet ons veel opgeleverd, zit er zeker een schaduwzijde aan. De digitalisering van de samenleving zou niet ten koste mogen gaan van ons recht op privacy.

        Ronald Weilers

        13 november 2017

        Wellicht moeten we met z’n allen bij het afrekenen aan de kassa meteen maar aangeven dat al het gebruik en verkoop van de zojuist verzamelde, jouw persoonlijk aangaande gegevens ABSOLUUT NIET EN NOOIT GEBRUIKT mogen worden door het verkopende bedrijf. Als de medewerker achter de kassa je niet begrijpend aankijkt geef je uitleg en als men stelt dat men er niets aan kan doen en ook niet bevoegd is vraag je om de chef en krijg je ruzie met de kopers achter je. Maar de chef kan je ook apart aanhoren. Misschien kunnen wij er een trend mee ontwikkelen: #verboddatagebruik of #notmydata of @notmydata