Column: Geef geen carte blanche aan de burgervader

D66 beloofde in haar laatste verkiezingsprogram: ‘Mensen oprecht betrekken bij het opstellen en uitvoeren van beleid’. Maar nu is de partij druk doende het referendum te begraven. De schaamlap die moet verbergen dat D66 burgers buiten spel zet, dient de gekozen burgemeester te worden. Onlangs ging de Tweede Kamer akkoord met de zogenoemde deconstitutionalisering van de burgemeestersaanstelling. Dit betekent dat, indien de hele herzieningsprocedure is doorlopen, de Grondwet niet langer tot kroonbenoeming verplicht.

 

Vraag burgers wat voor problemen zij in hun gemeente ervaren, en je zult niet gauw als antwoord horen dat zij hun burgemeester niet kunnen kiezen. Onveiligheid en vuiligheid op straat, slechte straatverlichting, onbereikbaarheid van de binnenstad of de zoveelste verhoging van de onroerende zaakbelasting door het gemeentebestuur zijn zaken waar burgers zich eerder druk over maken, en terecht. Wie de burgemeestersketting een paar jaar lang om zijn of haar nek mag hangen zal de meeste burgers worst zijn.

 

Nu kan het soms voorkomen dat er grote problemen spelen die door burgers niet worden onderkend. Of dat achter problemen waarmee burgers wel worden geconfronteerd een diepere oorzaak schuil gaat. Maar zou dat de niet-gekozen burgemeester zijn? Misschien wel als je lijdt aan het ‘sterke man’-syndroom, dus als je denkt dat een krachtdadig politicus alle problemen wel eventjes zal oplossen. Meestal staat D66 vooraan om dit type denken als ‘populistisch’ te veroordelen. Het zal toch niet zo zijn dat D66 met haar voorkeur voor de gekozen burgemeester populisme bedrijft?

 

Het huidige systeem werkt zeker niet perfect. Niet alleen omdat er zo nu en dan slecht functionerende burgemeesters worden benoemd; dat is met geen enkel systeem te vermijden. Maar het is vreemd dat alle burgemeesters lid zijn van een politieke partij, terwijl slechts 2½% van alle burgers dat is. Een veel genoemde uitzondering is de huidige partijloze burgemeester van Maastricht, maar zij is de spreekwoordelijke uitzondering die de regel bevestigt. En het is toch moeilijk voorstelbaar dat onder de overige 97½% van de volwassen bevolking geen mensen zouden rondlopen die het in zich hebben uitstekende burgervaders of -moeders te zijn.

 

Op dit moment zijn de meeste burgemeesters tegen verkiezingen voor hun ambt gekant. Het argument dat zij vaak aanvoeren luidt dat de huidige procedure zorg draagt voor een burgemeester die boven de partijen kan staan. Een curieus argument zolang bijna elke burgemeester een partijlabel draagt. Of een burgemeestersverkiezing daarin verandering zal brengen is echter zeer de vraag. Het zal moeilijk zijn om zonder steun van een of meer partijen zulke verkiezingen te winnen.

 

De suggestie achter burgemeestersverkiezingen is dat het democratischer zou zijn. Dat hangt er ten eerste van af wat voor bevoegdheden zo’n gekozen burgemeester krijgt. Als hij of zij ten opzichte van de wethouders weinig in de melk te brokkelen heeft, geeft een verkiezing schijninvloed. Vroeg of laat zullen kiezers dit merken en gaan zij zich bekocht voelen. Wil een verkiezing niet voor de vaak zijn dan moeten burgemeesters meer macht krijgen.

 

Maar zijn de burgers daar beter bij af? Het toekennen van macht dient altijd met argwaan te worden bekeken. Macht behoeft tegenmacht, een machthebber dient door een sterke volksvertegenwoordiging te worden gecontroleerd. Een burgemeester met meer macht moet derhalve een sterke gemeenteraad tegenover zich weten. Waaraan kunnen gemeenteraadsleden hun macht ontlenen? Als het goed is natuurlijk aan hun eigen kwaliteit en de wijze waarop zij hun taak uitoefenen. Uiteindelijk berust hun positie echter op hun mandaat, op het feit dat zij namens de kiezers controle uitoefenen. De troefkaart van een gemeenteraadsleden is hun democratische legitimiteit.

 

Indien burgemeesters voortaan direct zouden worden gekozen verwerven zij hun eigen democratische legitimiteit. Als er dan een onoplosbaar conflict ontstaat tussen de burgemeester en de meerderheid in de raad, zal de gekozen burgemeester die meerderheid kunnen negeren met een beroep op zijn eigen kiezersmandaat. Hij kan als het ware de troefkaart van de raad ongedaan maken met zijn eigen troefkaart. Wat schieten burgers daarmee op? Een gekozen burgemeester kan feitelijk een volle termijn lang zijn gang gaan, bijna ongehinderd door de gemeenteraad. Zo’n gekozen burgemeester met portefeuille die ertoe doet, wordt er dus alleen maar nóg machtiger op. De burger heeft dan na het uitbrengen van zijn stem het nakijken. Willen we burgers echt meer invloed geven dan is het in ieder geval verstandig niet aan burgemeestersverkiezingen te beginnen.

 

Patrick van Schie is historicus en directeur van de TeldersStichting. Deze column is eveneens verschenen op de website van het dagblad Trouw. 

Alleen abonnees kunnen mee debatteren. Word abonnee!
    Jannes Verwer

    4 maart 2018

    Inderdaad een veel bediscussieerd thema. Niet de eerste de beste burgemeester pleit voor een gekozen burgemeester. Ook bekende burgemeesters van VVD huize. Nu dus uit de grondwet en dan ligt de weg open voor vervolg wetgeving. Het komt vreemd op me over. Het is een aanzienlijk en zeker niet gemakkelijk ambt. Je zou dus verwachten dat uiteindelijk het cv waaruit de kennis en ervaring blijken de doorslag zou moeten geven. Je begint jong in de kleine gemeente of een ander openbaar ambt en doet stap voor stap ervaring op voor de grotere gemeente. Waarom wordt toch deze noodzakelijke persoonlijkheid-ontwikkeling voor het ambt zo lichtzinnig ter zijde geschoven? Aan de kiezer heb je niet veel als het erom gaat de persoonlijke kwaliteit van iemand die hij nauwelijks kent en vooral af moet gaan op politieke beloftes te beoordelen.
    Het zou interessant zijn de burgemeesters die pleiten voor het kiezen ervan in deze discussie aan het woord te laten. Paul Scholten uit Arnhem wellicht?

    Alleen betalende gebruikers kunnen mee debatteren.