Column: De Russische Oktoberrevolutie was een vreselijke ramp

Een eeuw geleden vond de Russische Revolutie plaats. Die wordt dezer dagen her en der herdacht. Eigenlijk is dat op het verkeerde moment. De Russische Revolutie voltrok zich immers in twee etappes: de Februarirevolutie (die in onze tijdrekening in maart 1917 plaatsvond) en de Oktoberrevolutie (op onze kalender in november 1917). De eerste etappe was een echte revolutie, met elementen van een spontane volksbeweging. De tweede etappe was, anders dan de propaganda van de Eisenstein-film moest doen geloven, helemaal geen volksbeweging maar een zorgvuldig door Lenin en zijn bolsjewistische secte-partij geplande staatsgreep.

Of de Februarirevolutie Rusland naar een echte liberale democratie had kunnen voeren, zoals menigeen in het Westen indertijd hoopte, zal wel altijd voorwerp blijven van historisch debat. Zeker is dat de Oktoberrevolutie aan zo’n mogelijke ontwikkeling een abrupt en rücksichtslos einde maakte. In sommige linkse kringen in het Westen werd nog lang beweerd dat de communisten die eind 1917 in Rusland aan de macht kwamen zo slecht nog niet waren, ware het niet dat Stalin hun systeem later misbruikte. Zo’n bewering kan slechts berusten op historisch onbenul, als zij niet voortkomt uit bewuste geschiedvervalsing.

Wie kennis had genomen van Lenins geschriften en uitspraken, had reeds moeten weten wat zijn kwaadaardige intenties waren. Iedereen die anders dacht dan hij of die hem op zijn weg naar de macht in de weg zou kunnen staan, kreeg om te beginnen een hele scheldkanonnade naar zijn hoofd geslingerd. Wilders is als het op grote woorden aankomt een schoothondje vergeleken bij de Russische communistenleider. Evenmin liet Lenin er misverstand over bestaan dat wie een eventueel gevaar vormde voor zijn dictatuur, of zo iemand nu uit de zogenaamde ‘bourgeoisie’ kwam of een andersdenkend socialist was, een koppie kleiner moest worden gemaakt.

De dag nadat de communisten in Petrograd (in 1917 de Russische hoofdstad) de macht hadden gegrepen, verboden zij alle persorganen van andere politieke kleur. Eén maand later werd de partij van de Constitutioneel-Democraten (liberalen) verboden en werden verschillende van hun leiders gearresteerd. In januari 1918 werd de Constituerende Vergadering, het met algemeen kiesrecht gekozen Russische parlement, met geweld uiteengejaagd omdat de communisten er bij lange na geen meerderheid in hadden behaald.

Inmiddels had Lenin de Tsjeka, de voorloper van de KGB, opgericht en aan het werk gezet om over het hele land (voor zover al door de bolsjewieken beheerst) terreur te verspreiden. Aan het einde van de zomer van 1918 waren er door Lenin en zijn trawanten reeds meer dan twee keer zoveel mensen vermoord dan in een volle eeuw tsaristisch bewind, zo merkt de historicus Sean McMeekin in zijn recente boek The Russian Revolution op.

Dat was nog maar het prille begin van massaslachtingen plus een bewust onder de boeren gecreëerde hongersnood die reeds onder Lenin plaatsvonden, lang voordat Stalin dergelijke terreur intensiveerde en nóg massaler maakte. Na de Tweede Wereldoorlog werd de vloek van het communisme op de punt van bajonetten tot ver buiten Rusland gebracht: in Oost-Europa, Oost-Azië, Ethiopië, Mozambique, Angola, Cuba, Nicaragua (de Sandinisten) en (recent) Venezuela. Steeds onvermijdelijk gepaard gaande met massale staatsterreur, moordpartijen, slavenarbeid en economische rampspoed. En telkens weer toegejuicht door fellow-travellers in het Westen.

Helaas betreft het geen plaag die bij het einde van de twintigste eeuw tot geschiedenis is geworden. In bijvoorbeeld China, Noord-Korea, Vietnam, Cuba en inmiddels ook Venezuela dient de bevolking nog altijd communistische onderdrukking te ondergaan, met alle menselijke ellende van dien. Bizar genoeg blijken intussen in enkele Westerse democratieën marxisten die openlijk communistische dictators prijzen populair onder juist ook jonge kiezers. In Frankrijk haalden extreem-linkse kandidaten dit voorjaar in de eerste ronde van de presidentsverkiezingen meer dan 20%. Maar goed, in Frankrijk scoorden communisten vanouds al sterk. Zorgwekkender is dat in landen als de Verenigde Staten en Groot-Brittannië marxistische politici als Bernie Sanders en Jeremy Corbyn recentelijk nog massaler kiezers trekken.

Ongetwijfeld zullen de meeste jonge kiezers die nu enthousiast ‘vallen’ voor de kennelijke verleidingen van hedendaagse extreem-linkse politici zich niet bewust zijn van wat het communisme in de achter ons liggende eeuw heeft aangericht. Dit is dan een ernstige tekortkoming van het geschiedonderwijs, of misschien preciezer: van de eenzijdige politieke voorkeur van tal van docenten. Het is goed dat er veel aandacht wordt geschonken aan de verschrikkingen van het nationaal-socialisme, maar daarbij mag kennis over de minstens zo wrede en moorddadige communistische regimes niet ontbreken.

 

Patrick van Schie is historicus en directeur van de TeldersStichting, de liberale denktank van Nederland gelieerd aan de VVD. Hij schrijft deze column op persoonlijke titel.

Jouw reactie...