Column: De platvisoorlog

door Niek Kok

 

Een meerderheid in het Europees Parlement steunt een verbod op het zogenaamde pulsvissen, een vismethode waarbij vissen het net in worden gejaagd met behulp van een klein beetje elektriciteit: een puls. Dat verbod komt vooral ten goede van de Franse vissers, die vooralsnog niet investeerden in het pulsvissen.

 

De Nederlandse visvloot is de dupe. Nederlandse vissers behalen met het pulsvissen grote winsten op de platvisvangst. Tot op heden lijkt de milieuschade van pulsvisserij bovendien minder groot dan die van de alternatieve vismethode – die van de boomkor, waarbij met een zware balk en kettingen over de zeebodem wordt geharkt. Het pulsvissen is dus niet alleen winstgevend, het is ook nog eens duurzaam. De boomkor is namelijk zwaar en resulteert in hoger brandstofgebruik. Door brandstof te besparen, drukken vissers hun kosten en dragen ze bij aan een schonere lucht. ‘Pulsvisserij is veel duurzamer dan de verouderde boomkortechniek. Verbieden is dus onlogisch,’ stelt minister Schouten (ChristenUnie) van landbouw dan ook.

 

Tot voor kort visten de Franse boomkorvissers daarmee behoorlijk achter het net. Met behulp van een chargerende campagne tegen het pulsvissen, doorspekt van plaatjes van geëlektrocuteerde vissen en – aldus Trouw – afbeeldingen van ‘dansende kinderen die stuiptrekkende vissen uitbeeldden’, wist de Franse vislobby het Europees parlement te choqueren en haar belangen te verdedigen. Toen mercantilist Jean-Baptise Colbert tussen 1661 en 1683 de Franse schatkist beheerde, bedacht hij weinig liberale handelsbelemmeringen om de Republiek der Nederlanden een hak te zetten ten voordele van de Fransen. De pulsviskwestie laat zien dat de Fransen het nog niet zijn verleerd – al vergaan innovatie en duurzaamheid: vive la France.

 

Een gemeenschappelijke markt betekent daarmee kennelijk nog geen vrije markt. Hoewel er vrij verkeer van personen, goederen, diensten en kapitaal in de Europese Unie is, is het protectionisme nog niet Europa uit: het neemt louter een andere vorm aan. Europese integratie staat de Fransen kennelijk juist toe om de eigen economie te beschermen tegen bondgenoten door innovatie te belemmeren en met lastercampagnes op emoties van Europese instituties in te spelen.

 

Europese landen delen het recht om te vissen in wat anders afgebakende exclusieve economische zones zouden zijn. Een argument tegen de Brexit was bijvoorbeeld dat de Britten zo’n twintig procent van hun vis vangen in wateren waar zij toegang tot krijgen dankzij het Europese visbeleid. Dat was tegelijkertijd een argument vóór Brexit: Nederlanders visten immers ook in Britse wateren.

 

In 2009 vroeg IJsland EU-lidmaatschap aan. Zes jaar later brak het gesprekken met de Europese Unie af. Dat lag mede aan onvrede van de IJslanders over het gemeenschappelijke Europese visbeleid. De IJslandse economie draait voor een belangrijk deel op visserij. Indien IJsland het Europese lidmaatschap accepteerde, moest het toelaten dat lager betaalde Spanjaarden en Portugezen hun netten mochten uitgooien in de door IJsland zo bevochten exclusieve (maritieme) economische zone, waarin het land in principe als enige visrechten heeft. Het dappere IJsland streed in drie ‘kabeljauwoorlogen’ tussen 1958 en 1976 voor het behoud van haar visrechten tegen NAVO-bondgenoot Groot-Brittannië.

 

Nu dat het Europees Parlement het pulsvissen af gaat schieten, mogen de Fransen met hun boomkorren hun brandstof in de Noordzee uitstoten. Minister Schouten wil zich fel verzetten tegen het verbod op de pulsvisserij. Wellicht kan ze voor een out-of-the-box benadering advies inwinnen bij haar IJslandse collega’s. Zij hadden, in eenzelfde situatie, Frankrijk wellicht de platvisoorlog al verklaard.

 

Niek Kok is wetenschappelijk medewerker bij de TeldersStichting.

Jouw reactie...

    Peter Versteegh

    19 januari 2018

    Deze gang van zaken zie als een voorbeeld van slechte technologie implementatie. Hoeveel belastinggeld is hier verloren gegaan of is deze ontwikkeling volledig privaat gefinancierd? Om er van te leren en niet om te Zwarte Pieten zouden wij de hand in eigen boezem kunnen steken. Voor zover ik het begrijp is hier geen sprake van een verbod maar van een bestendiging van het niet-toegestaan-zijn. Er moest dus een hindernis worden genomen in de sfeer van de EU en dat betekent vaak diplomatieke en politieke kantjes. Wie had de regie bij het nemen van deze hindernis en hoe zag zijn analyse en zijn planning er uit? Had hij zijn achterban onder contrôle? Mijn indruk is dat elke visser deed waar hij zelf zin in had waardoor er véél meer pulsvissen op de proef plaatsvond dan was afgesproken waardoor de Nederlandse positie van binnen uit werd ondermijnd. Contraproductief ondernemerschap zou je dit kunnen noemen.

      Ronald Weilers

      20 januari 2018

      Had ook begrepen dat het om een proefperiode zou gaan, maar dat de Nederlandse visser tot 40% van het totale aantal met pulsvissen in zee ging. Moest meerdere nieuwsbronnen aanhoren of lezen om een juister beeld te krijgen.