Column: De liberale façade van het Catalaans onafhankelijkheidsreferendum

Er heerst deze dagen een gespannen sfeer in Spanje. Reden hiervoor is het door de Catalaanse overheid geplande referendum, op 1 oktober 2017. Deze overheid wenst dat op die dag de Catalaanse burgers zich naar de stembus zullen begeven om zich uit te spreken over de vraag of Catalonië onafhankelijk moet worden van Spanje, of niet. Alleen zitten er nogal een aantal haken en ogen aan dit geplande referendum. De centrale overheid van Spanje stelt namelijk dat het desbetreffende referendum illegaal is en daarom niet door mag gaan. Duidelijk is dat Madrid en Barcelona in de aanloop naar 1 oktober lijnrecht tegenover elkaar staan en de gemoederen in toenemende mate aan het oplopen zijn.

 

De voorstanders van Catalaanse onafhankelijkheid proberen hun strijd af te schilderen als één die gebaseerd is op democratische en liberale kernwaardes. Zo beweren zij dat Catalonië simpelweg beroep doet op zijn zelfbeschikkingsrecht. In internationaal recht is dit gedefinieerd als het recht van volkeren om heer-en-meester te zijn over hun eigen lot en zelf te beslissen onder welke soeverein ze willen leven. Hierin bestaat een onderscheid tussen ‘interne zelfbeschikking’, het recht op een eigen identiteit en op inspraak in politieke en economische kwesties, en ‘externe zelfbeschikking’, vrijheid van vreemde overheersing. De voorstanders van Catalaanse onafhankelijkheid onderstrepen hierin ‘intern’ de Catalaanse identiteit als uniek en onderscheidend van die van Spanje en ‘extern’ de onderdrukking en overheersing vanuit Madrid. In de ogen van het pro-referendumkamp ontneemt de centrale regering de Cataloniërs hun ‘negatieve vrijheid’ door hen te dwingen zich te conformeren aan de wil van Madrid, en hun ‘positieve vrijheid’ door hun niet de kans te bieden hun eigen identiteit voldoende te uiten.

 

Op het eerste oog lijkt deze stellingname enigszins aannemelijk. Maar schijn bedriegt. Zo vormt het beroep op het zelfbeschikkingsrecht in dit geval geen legitieme claim. Wanneer we kijken naar interne zelfbeschikking schiet Catalonië hierin niks te kort. Voor 1978 had het pro-referendumkamp hier wel in zijn recht gestaan. Na afloop van de Spaanse burgeroorlog (1936-1939) kwam Spanje onder het juk van de autoritaire dictatuur van generaal Francisco Franco. Franco’s regime was extreem nationalistisch en onderdrukte elke vorm van regionale identiteit. In deze jaren was elke uiting van de Catalaanse identiteit streng verboden. Maar met zijn dood in 1975 en de totstandkoming van een democratische grondwet drie jaar later, werd aan de eeuwenoude Catalaanse cultuur weer ruimte geboden. Artikel drie van de grondwet stelt dat de regionale culturen gerespecteerd en beschermd moeten worden. Vandaag de dag biedt de Spaanse centrale overheid Catalonië dan ook ruimschoots de kans om zijn identiteit te uiten, waaronder het onderwijzen en spreken van de Catalaanse taal. De positieve vrijheid blijkt hierin voldoende gewaarborgd te worden.

 

Ook met betrekking tot externe zelfbeschikking doet het pro-referendumkamp een ongeldig beroep op internationaal recht. De voorstanders van het referendum definiëren Madrid namelijk als een vreemde overheerser. Het zelfbeschikkingsrecht is destijds tot stand gekomen met het oog op het naoorlogse dekolonisatieproces. Alleen wat hier onlosmakelijk aan verbonden is, is dat het hier om een onderdrukkende overheerser gaat, die geen gelijke politieke en economische kansen aan zijn onderdanen biedt. Dit is wanneer wij kijken naar Catalonië overduidelijk niet het geval. Vanaf 1983 is Spanje in zijn geheel onderverdeeld in zeventien autonome gemeenschappen. Hiervan vormt Catalonië er één. Al deze verschillende gemeenschappen bezitten in verschillende mate autonomie. De gemeenschappen met de meest uitgesproken wens voor autonomie zoals Catalonië, maar ook Baskenland en Galicië, hebben dan ook de meeste eigen bevoegdheden. Zo heeft Catalonië bijvoorbeeld naast een eigen regionale overheid, ook een eigen politie en eigen burgerwetten. Kortom, de negatieve vrijheid van Catalonië wordt, mijns inziens, voldoende gerespecteerd.

 

Maar ook al zou het zelfbeschikkingsrecht hier gelden, dan bestaat er nog zoiets als het ‘territoriale integriteit’ principe. Deze is allereerst vastgelegd in zowel internationaal als Europees recht, waarbij is vastgesteld dat de bestaande landelijke grenzen gerespecteerd dienen te worden. Maar bovenal is dit ook vastgelegd in de grondwet van Spanje, waar artikel twee spreekt over de “onverbrekelijke eenheid van de Spaanse natie”. Deze grondwet is destijds met een overtuigende negentig procent van de Catalaanse stemmers goedgekeurd. Hoewel het land is onderverdeeld in verschillende autonome gemeenschappen, zijn deze alle nog steeds onderdeel van de Spaanse staat en onderworpen aan zijn centrale gezag. Het land functioneert in de praktijk als een quasi-federale staat, maar is en blijft officieel een eenheidsstaat.

 

Dit brengt mij bij dan ook op mijn volgende punt. Namelijk de desastreuse gevolgen die de Catalaanse onafhankelijkheid zal hebben voor niet alleen Spanje, maar ook de gehele internationale gemeenschap. Catalonië is een cruciale regio voor de Spaanse economie, aangezien hier ontzettend veel industrie geconcentreerd zit. Zo was het land in 2013 verantwoordelijk voor twintig procent van het totale Spaanse bruto nationaal product. Voor dit land wat na vele jaren eindelijk uit de economische crisis begint te klimmen, kan de Catalaanse onafhankelijkheid een financiële strop vormen, waar de andere regio’s de dupe van worden. Politiek gezien kan er ook een domino-effect ontstaan, waarbij soortgelijke regio’s met onafhankelijkheidwensen zoals Baskenland het voorbeeld van Catalonië wensen te volgen. Geweld wordt hierbij vaak niet geschuwd, zoals we in het verleden hebben gezien. In Spanje hangen de kruitsporen van de terroristische aanslagen door de ETA nog vers in de lucht. Maar ook andere etnisch diverse landen zullen moeten vrezen voor de gevolgen die dit kan hebben voor de politieke stabiliteit in hun eigen land. Op een ‘separatistische lente’ zit niemand te wachten. Vooral niet in een tijd waar ook op internationaal niveau de orde al genoeg onder druk staat.

 

En dan hebben we het nog niet eens gehad over de legaliteit van het referendum zelf. Ook hier tart het pro-referendumkamp de centrale overheid en pleegt het in feite een aanslag op de democratische rechtsstaat zelf. Nadat de pro-referendum partijen een meerderheid in het Catalaanse parlement hebben gekregen, zijn ze druk bezig geweest met het creëren van wetgeving die het organiseren van een referendum juridisch mogelijk zou maken. Het Spaanse Constitutioneel Hof heeft deze wetgeving echter in strijd met de Spaanse grondwet bevonden, en dus ongeldig verklaard. Ook heeft de oppositie in de Catalaanse overheid niet de kans gekregen om bezwaar te maken. Een serieus parlementair debat over de juridische grondigheid van het referendum is er nooit geweest.

 

Doordat het referendum alleen gewenst is door Catalanen die voor onafhankelijkheid zijn, zijn zij als enige partij bezig met campagne voeren. Zij die tegen het referendum, en vermoedelijk ook onafhankelijkheid zijn, doen dit niet aangezien zij het referendum als ongeldig zien. Vele nee-stemmers zullen dan ook niet de noodzaak zien zich naar de stembus te begeven. Het is dan ook de vraag in hoeverre de uitslag representatief is voor de werkelijke wens van de bevolking. De huidige controverse en het provocerende gedrag vanuit de Catalaanse overheid, wat tot represailles vanuit Madrid heeft geleid, kan een anti-Spaans sentiment aanwakkeren en mensen doen stemmen met hun onderbuik, in plaats van verstand. Zo is de Catalaanse regering momenteel druk bezig met het openen van massagraven uit de tijd van de Spaanse burgeroorlog en het Franco regime. In mijn ogen een misbruik en misinterpretatie van een tragische geschiedenis, om zo een politiek doeleinde te bewerkstelligen. Want in hoeverre zijn deze massagraven nou representatief voor het handelen van de huidige centrale regering. Het ophalen van deze pijnlijke herinneringen in een tijd van politieke spanningen zal de dialoog tussen Madrid en Barcelona in ieder geval niet bevorderen.

 

Met de eerder aangehaalde argumenten in het achterhoofd vraag ik mij dan ook zeer af of de Catalaanse onafhankelijkheidstrijd gebaseerd is op cultureel-historische principes, of op politiek pragmatisme en koele economische calculaties. Een onafhankelijk Catalonië zou Spanje economisch gezien immers ver voorbij streven en politieke beslissingen kunnen maken die enkel hem het beste uitkomen. Dat een grondwet en democratische rechtsstaat hiervoor ondermijnd moeten worden, nemen deze mensen dan ook maar voor lief.

 

Wilbert Jan Derksen is stagiair bij de TeldersStichting en student Internationale Betrekkingen vanuit Historisch Perspectief aan de Universiteit Utrecht.

Jouw reactie...

    Georg Kellersmann

    23 oktober 2017

    Patrick van Schie geeft in een column over de beslissing van het Spaanse constitutionele hof zijn mening over die beslissing en ik vermoed dat velen het met hem eens zijn dat dat constitutionele hof te ver is gegaan. Het is wel grappig om de eerste alinea van Patrick’s column te vergelijken met wat Wilbert Jan Derksen hier aanvoert inzake de legitimiteit van het referendum en zelfs van de onafhankelijkheidswens van – een deel – van het Catalaanse volk.

    Patrick van Schie

    4 oktober 2017

    Aan de manier waarop het referendum van zondag jl. is gehouden schort zeker een en ander (aan het inhakken van de nationale politie op vreedzame kiezers nog veel meer, trouwens). Maar moeten de Catalanen voor eens en voor altijd gebonden zijn aan een beslissing waarmee hun (voor)ouders in 1978 hebben ingestemd? En mogen de Catalanen zelf uitmaken of zij de vermeende nadelige gevolgen van onafhankelijkheid voor lief willen nemen?

      Ronald Weilers

      12 oktober 2017

      Indien Europa, ondanks de huidige tendens, (het liefst organisch, in een door de meeste Europeanen acceptabel tempo) de huidige samenwerking verdiept, ontstaat er ruimte voor alle Catalunia’s om (nog) meer zelfstandig te worden, maar dan onder een Europese parapluie. Als de bevolkingen van de naar afscheiding strevende gebieden dat kunnen accepteren, wordt het afbraakrisico van een verenigd Europa, door opportunistische, anti Europa gezinde politieke stromingen, voor een belangrijk deel geneutraliseerd.