Column: De culturele consequenties van het rampjaar voor Vindicat  

Zondag 10 september berichtte nieuwssite sikkom.nl over een incident bij het restaurant Sushi Mall te Groningen. “Paar honderd studenten van Vindicat ‘slopen’ Sushi Mall” kopte het artikel. Volgens de nieuwssite had de groep van honderden Vindicat studenten zich schuldig gemaakt aan vervelende misdragingen, waaronder het urineren tegen de muur en het vernielen van gordijnen. Dit bericht werd vervolgens klakkeloos door veel andere landelijke nieuwssites overgenomen. Maar achteraf bleken er tegenstrijdige verhalen naar buiten te komen. Vindicat en later Sushi Mall zelf veronderstelden dat de berichtgeving van Sikkom sterk overdreven was geweest. Ja, er was geluidsoverlast, maar van vernielingen en ander buitensporig wangedrag zou geen sprake zijn geweest.

 

Momenteel is er een politieonderzoek gaande naar het incident, dat duidelijkheid moet scheppen over wat zich precies heeft plaatsgevonden die avond. Feit is wel dat het de discussie rondom Vindicat weer heeft doen oplaaien. Die is sinds september vorig jaar gaande, toen tijdens de ontgroening een aspirant-lid hersenletsel opliep na excessief fysiek handelen van een ouderejaars. Rond diezelfde tijd kwam er een ‘bangalijst’ naar buiten, waarop verschillende vrouwelijke leden op een niet al te genuanceerde wijze werden beoordeeld op hun kwaliteiten ‘onder de lakens’. Sindsdien ziet Vindicat zichzelf als zondebok in een heksenjacht, waarin de media zich geroepen voelt verscheidene misstanden keer op keer aan het licht te brengen.

 

Zo is er nu een stevig anti-Vindicat sentiment ontstaan in de samenleving en meldden verschillende Vindicat-leden dat ze in de nasleep van het Sushi Mall incident bedreigingen hebben ontvangen. Ook is de deur van een Vindicathuis beklad door middel van graffiti met het woord ‘tuig’. De Rijksuniversiteit Groningen heeft in ieder geval besloten de bestuursbeurs voor dit jaar op te schorten. Reden hiervoor was dat Vindicat een laatste waarschuwing had gekregen om een ingrijpende cultuurverandering te ondergaan. Laat ik voorop stellen dat ik de eergenoemde incidenten sterk afkeur. Op basis van het schadebeginsel kunnen we stellen dat dit soort gedrag absoluut niet wenselijk is binnen de maatschappij. Echter wil ik een aantal vraagtekens zetten bij het handelen van zowel de media, als de universiteit omtrent Vindicat.

 

Allereerst vind ik het opmerkelijk dat enkel Vindicat onder vuur ligt, als het om dit soort incidenten gaat. Nederland is vele corpora rijk. De kans dat de cultuur die bij Vindicat heerst, enkel en alleen bij dit corps heerst, lijkt me zeer klein. Als we bijvoorbeeld kijken naar ontgroeningsincidenten over de jaren heen, dan zien we dat de corpora in Amsterdam, Delft, Utrecht en Rotterdam zich ook schuldig hebben gemaakt aan soortgelijke voorvallen. Ik vind het dan ook weinig consequent, dat alleen bij Vindicat eisen worden gesteld wat betreft cultuurverandering.

 

Met betrekking tot het zogenaamde seksisme binnen de vereniging, denk ik ook dat hier de media een verkeerd beeld schetsen. De cultuur binnen deze verenigingen neigt eerder naar oversekst, maar niet persé naar seksisme. Met seksisme wordt de discriminatie en het onderdrukken van het andere geslacht bedoeld. Schrijnende voorbeelden als de eerdergenoemde bangalijst zijn echter binnen zulke verenigingen niet alleen beperkt tot vrouwen. Ook vrouwen bespreken openlijk, vaak in vrij vulgaire termen, de ‘geslachtelijke kwaliteiten’ van mannen. Hier kun je van vinden wat je wil, maar dit definiëren als seksisme is mijn ogen niet correct. Binnen de vereniging hebben vrouwen een gelijke positie en evenveel kansen als mannen. Het aantal vrouwelijke bestuurders overtreft niet zelden de hoeveelheid mannelijke bestuurders.

 

Ook vraag ik mij af wat er precies met een ingrijpende cultuurverandering bedoeld wordt. Het corps is vele jaren oud, en heeft een rijk pallet aan mores en tradities opgebouwd, waarvan sommige voor buitenstaanders nogal vreemd en stupide over kunnen komen. Een controversieel onderwerp is en blijft toch altijd de ontgroening, waarvan veel mensen zeggen dat het onnodig is en enkel denigrerende taferelen oplevert. De Groningse universiteit, hogeschool en gemeente hebben verklaard definitief af te willen van de ontgroening, naar aanleiding van het incident vorig jaar. Vindicat, maar ook andere traditionele verenigingen in Nederland, blijven echter volhouden dat de ontgroening een noodzakelijk middel blijft om nieuwe leden kennis te laten maken met zowel de vereniging als hun jaargenoten, en dat de fysieke en mentale inspanning dient om aspirant-leden te testen of ze daadwerkelijk iets overhebben voor hun lidmaatschap. Wederom kunt u uw persoonlijk waardeoordeel hierover vellen, maar feit is dat het een volledig vrijblijvend gebeuren is en dat aspirant-leden zich hier vrijwillig voor opgeven en vrij zijn om te vertrekken wanneer zij dit zelf willen. Dat de universiteit, hogeschool en gemeente verklaren dat het maar afgeschaft dient te worden, vind ik dan ook nogal curieus.

 

Niemand zal het ermee oneens zijn dat de incidenten die zich het afgelopen jaar voor deden bij Vindicat in het vervolg voorkomen dienen te worden. Maar de vraag is of het wel aan de gemeentes en universiteiten is om daarnaast met betrekking tot de verenigingscultuur, die van één op de andere dag als seksistisch en hufterig afgeschilderd wordt, een ‘culturele revolutie’ af te dwingen. Met revolutie bedoel ik een radicale omslag, in tegenstelling tot een geleidelijke verandering. Het risico hiervan is dat eeuwenoude tradities binnen een vereniging verloren kunnen gaan, in de angst dat deze botsen met de waarden van de monitorende krachten. Aan het aantal nieuwe leden dit jaar, een recordaantal van 470, is in ieder geval niet te merken dat de verenigingscultuur mensen afschrikt. Het blijkt dat velen nog steeds iets in Vindicat zien waarvoor het corps vanuit het liberale gedachtengoed ooit is opgericht, namelijk ontplooiingskansen. En zolang de vrijheid van vereniging, een ander liberaal speerpunt, in ons land bestaat, zie ik geen bezwaar tegen het feit dat mensen op vrijwillige basis onderdeel willen zijn van deze cultuur. Nogmaals, zolang derde partijen hier geen schade of overlast van ondervinden.

 

Wilbert Jan Derksen is stagiair bij de TeldersStichting en student Internationale Betrekkingen vanuit Historisch Perspectief aan de Universiteit Utrecht.

Jouw reactie...

    Laurens Wachters

    22 september 2017

    Tradities scheppen een band in een samenleving. Zo’n samenleving kan bijvoorbeeld een land, een dorp, een buurt, een kerkgemeenschap, een vereniging of zelfs een gezin zijn. Men kan zelfs zeggen dat tradities gewoon nodig zijn voor het creëren van een band. Zo is ook de groentijd als initiatieritueel een waardevolle traditie binnen studentenverenigingen. Hij kan een hechte band scheppen onder de leden, vaak zelfs een band voor het leven.
    De groentijd heeft nog andere functies. Na het eindexamen middelbare school menen veel scholieren dat ze nu de wijsheid in pacht hebben. De groentijd moet hen duidelijk maken dat ze nog maar aan het begin staan. Ook zullen ze moet leren dat het leven in vele opzichten een spel is, een spel waar men zich aan regels moet houden. Ieder onderdeel van de maatschappij heeft zijn eigen geschreven en ongeschreven regels. Het is verstandig zich daarvan bewust te zijn. De groentijd helpt de aankomende student dit te leren onderkennen.