Column: Aangewezen overlevenden

D66 is niet vaak de partij die vooraan staat bij het wijzen op veiligheidsrisico’s. Alleen al daarom was het opmerkelijk dat het nieuwe Kamerlid Joost Sneller, tot voor kort directeur van de Hans van Mierlo Stichting (het wetenschappelijk bureau van D66), deze week met het voorstel kwam om twee ‘designated survivors’ aan te wijzen die tijdens Prinsjesdag niet in de Ridderzaal aanwezig dienen te zijn maar op een geheime locatie zouden moeten vertoeven voor het geval er die dag een grote aanslag op het Binnenhof wordt gepleegd.

 

Een cynicus zal zeggen dat D66 met het plan de aandacht trachtte af te leiden van het bericht dat Alexander Pechtold verzuimd heeft een aan hem geschonken appartement in Scheveningen op te geven. Maar het voorstel van Sneller verdient het op eigen merites te worden bezien. En dan is het inderdaad goed om voor het zwartste scenario voorzorgsmaatregelen te treffen. Zoals de mogelijkheid van een terroristische aanslag op alle leden van het Koninklijk Huis, het kabinet en het parlement wanneer die allen bijeen zijn. Sneller wijst erop dat indien zo’n aanslag onverhoopt mocht slagen, het landsbestuur zou komen te liggen in handen van democratisch niet gelegitimeerde ambtenaren.

 

Sneller stelt voor, in navolging van de Verenigde Staten, te zorgen voor het schuil houden van reservekrachten op een veilige plaats. Hij suggereert hiertoe een lid van het kabinet en een lid van het parlement aan te wijzen. Ik ben overigens benieuwd waar onder de kandidaten meer belangstelling voor zou bestaan: voor het bijwonen van Prinsjesdag of voor de zekerheid een mogelijke aanslag te mogen overleven.

 

Maar hoe dan ook, het voorstel van Sneller is verstandig. Mijn twijfel is meer of het genoeg is. Zou om te beginnen ook het voortbestaan van het Oranjehuis niet moeten worden verzekerd? D66 mag geen groot voorstander van de monarchie zijn, maar een aanslag lijkt mij toch niet de methode om de voorkeur van deze partij voor een republiek te verwezenlijken. Het zou goed zijn om ook prins Constantijn en ten minste één van de dochters van Willem-Alexander en Maxima tijdens Prinsjesdag op zo’n veilige plek onder te brengen.

 

Daarnaast is het de vraag of één bewindspersoon in zo’n tijd van absolute crisis volstaat. Want als een terreurdaad het hart van de democratie zou treffen, komt het land in diepe crisis te verkeren. Mij lijkt dat dan minstens drie bewindslieden aan het roer zouden moeten staan.

 

De democratische legitimatie kan ook moeilijk bij één volksvertegenwoordiger berusten. Of die persoon nu uit de SP, de PVV of D66 komt, in geen van die gevallen kun je zeggen dat hij of zij het Nederlandse volk vertegenwoordigt. Je kunt twisten over de vraag hoeveel volksvertegenwoordigers achter de hand moeten worden gehouden, maar mij lijkt dat iets in de orde van uit de grootste vijf fracties elk één Kamerlid meer zou garanderen dat er in zo’n crisis een enigszins gelegitimeerde controle op de uitvoerende macht blijft bestaan.

 

Kortom: D66-Kamerlid Sneller maakt met zijn voorstel helemaal geen gek debuut. Maar over de uitwerking kan beter nog wat diepgaander worden nagedacht.

 

Patrick van Schie is historicus en directeur van de Teldersstichting.

Alleen abonnees kunnen mee debatteren. Word abonnee!