Artikel: De langste verkiezingscampagne ooit (LR)

Elke verkiezingscampagne is uniek, maar de campagne voor de verkiezing van de Tweede Kamer in 2017 mag je rustig unieker noemen dan alle voorgaande.

 

Het is in de zomer van 2016 als de leden van het kernteam van de VVD bijeenkomen op het buitenverblijf van topindustrieel en prominent VVD’er Ben Verwaayen in het Zuid-Franse Goult, prachtig gelegen in het Parc Naturel régional du Luberon, ten oosten van Avignon. Elk jaar komt het kernteam (bestaande uit politiek leider Mark Rutte, fractievoorzitter in de Tweede Kamer, Halbe Zijlstra en zijn ‘vice’ Tamara van Ark, voorzitter van de Eerste Kamerfractie Annemarie Jorritsma en partijvoorzitter Henry Keizer) een paar dagen bijeen om onder leiding van Verwaayen te spreken over de toestand van de partij en de plannen voor het komende jaar. Verwaayen is één van de belangrijkste adviseurs op de achtergrond van de VVD-top en met name van Mark Rutte. Hij is daar in Frankrijk, ver van het dagelijkse politieke gewoel, niet alleen gastheer, maar bemoeit zich ook inhoudelijk.

 

Al een paar maanden wordt dan in zeer kleine kring gesproken over de verkiezingscampagne die in 2017 moet leiden tot de door de partijvoorzitter nagestreefde 51 zetels. Niet dat iemand dat aantal serieus neemt, maar Keizer heeft nadrukkelijk en met opzet dit hoge aantal genoemd om de partijgelederen al vroeg op scherp te zetten: er komt een serieuze en zware campagne aan die de leidende positie van de VVD moet herbevestigen.

 

De gebruikelijke onderzoeken zijn gestart. De VVD-campagne is (net als die van veel andere partijen overigens) gebaseerd op onderzoek en niet op onderbuik. Dat leidt overigens vaak tot veel discussie in de partij, omdat veel goedbedoelende vrijwilligers zeker weten dat hun onderbuik het beter weet dan welk onderzoek ook, maar daar blijven de campagneteams stoïcijns onder. Uit die onderzoeken wordt in die periode geconcludeerd dat er een voor de VVD atypische campagne moet worden gevoerd: niet op inhoud maar gericht op de persoon Mark Rutte.

 

Nu kan dat wel uit onderzoek blijken, maar daarmee heb je het slachtoffer zelf nog niet overtuigd. Mark Rutte heeft er een bloedhekel aan als er een soort van verering rondom zijn persoon wordt gecreëerd. Als de campagne neerkomt op ‘kies de minister-president’ is dat echter onvermijdelijk. Hij moest worden gepositioneerd als degene aan wie het land met een gerust hart kan worden overgelaten.

 

In de campagnestaf aan de Mauritskade in Den Haag was in het vroege voorjaar ook al vastgesteld dat er een enorm probleem was rondom Mark Rutte, namelijk zijn geloofwaardigheid. De VVD-leider had in 2012 zijn historische 41 zetels binnengehaald met beloften als ‘duizend euro voor iedereen’ en ‘handen af van de hypotheekrenteaftrek’. (De eerlijkheid gebiedt hier op te merken dat schrijver dezes nauw bij die campagne betrokken was.) Beloften die hij na de verkiezingen om allerlei redenen niet kon houden. In de komende campagne zou hem dat zeker worden nagedragen, zo was de redenering aan de Mauritskade.

 

Besloten werd dat Mark Rutte al in de zomer excuses zou aanbieden voor die niet nagekomen beloften. Daarvoor kreeg hij gelegenheid in een interview met dagblad De Telegraaf. Mark Rutte kon daar uitleggen hoe de beloften in 2012 tot stand waren gekomen, waarom ze niet zijn nagekomen en hoe de VVD zo’n ‘fout’ in de komende campagne zou voorkomen. Mark Rutte beloofde in dat interview dat hij geen verkiezingsbeloften zou doen.

 

Men realiseerde zich dat dit zou leiden tot een zeer vroege start van de verkiezingscampagne. Andere politieke partijen zouden zich genoodzaakt zien te reageren. De concurrenten van de VVD zouden knarsetandend moeten toezien hoe dit onderwerp, dat ze zo graag hadden bewaard tot de laatste maand voor de verkiezingen, veel te vroeg op de agenda kwam. De kracht van de kritiek op Mark Rutte zou daarmee wegebben tegen de tijd dat de finale van de campagne zou beginnen. Deze strategie van de VVD leidde er de facto toe dat de campagne voor de verkiezingen van maart 2017 al eind augustus 2016 begon. Volgens de gangbare campagnetheorieën toch gauw een maand of vijf te vroeg.

Ter vergelijking: in 2012 weigerde Mark Rutte deel te nemen aan het eerste tv-debat van de NOS dat vier weken voor de verkiezingsdatum was gepland met als argument dat dat vóór de campagnestart van de VVD was. De VVD wilde de campagne pas drie weken vóór de verkiezingen laten beginnen.

 

Ik moet toegeven dat ik me aanvankelijk erg heb verbaasd over de vroege start van de campagne. ‘Dat houden ze nooit vol’, dacht ik naïef met de net genoemde gangbare campagnetheorie in gedachten. Maar de beer was los. De andere partijen konden niet laten passeren dat Rutte zich excuseerde voor zijn gebroken beloften en dat hij tegen rellende jongeren van buitenlandse afkomst zei dat ze maar moesten ‘oppleuren’ als ze het hier in Nederland niet beviel.

 

Met name Sybrand van Haersma Buma van het CDA, kon het niet laten de uitspraak van Rutte te ‘framen’ in het leidende campagneverhaal van de christendemocraten, waarin fatsoen centraal werd gesteld. Normen en waarden zouden weer van stal worden gehaald. Daar paste een uitspraak van de premier, dat raddraaiers die het hier niet beviel in Nederland ons prachtige land maar moesten verlaten (‘Pleur op, zou ik in het plat Haags zeggen’), absoluut niet in. De CDA’er zag zijn kans schoon de grondtoon van zijn campagne direct helder neer te zetten.

 

Buma (zoals hij zichzelf graag afficheert in tegenstelling tot VVD’ers die hem graag enigszins plagerig met zijn volledige voor- en achternaam aanspreken) verbaasde mij aanvankelijk nogal vanwege het blijven herhalen dat Mark Rutte zijn uitspraak zou moeten intrekken. Het was toch ‘een premier onwaardig’ dat hij dergelijke straattaal bezigde. Buma gaf daarmee voortdurend gelegenheid aan de VVD-lijsttrekker om zijn boodschap nog eens extra te benadrukken. Later realiseerde ik me dat het voor beiden voordelig was dit thema levend te blijven houden. Het gaf zowel Rutte als Buma de gelegenheid de eigen campagnetoon tussen de oren van de kiezers te laten beklijven.

 

De campagne was ‘los’.

 

Om verkiezingen te winnen moeten tegenstellingen worden aangescherpt. Tegenstanders moeten verdacht worden gemaakt of zelfs gedemoniseerd. Polariseren als kunst, zeg maar. Terwijl de verschillen tussen politieke partijen helemaal niet zo groot zijn, als vaak wordt voorgesteld, is het van levensbelang dat dit in verkiezingstijd wel zo lijkt. Dan is er tenminste iets te kiezen. De kiezer heet tenslotte niet voor niets kiezer.

 

Om als politieke partij je eigen standpunten zo duidelijk mogelijk over het voetlicht te brengen, is een tegenstander om je tegen af te zetten onontbeerlijk. Zo kozen VVD en SP elkaar in 2012 bewust als tegenstanders. Er is niet of nauwelijks sprake van uitwisseling van kiezers, dus het doet geen kwaad als je elkaar telkens voor rotte vis uitmaakt. Bovendien leek het aan het begin van die campagne dat de strijd om wie de grootste zou worden, tussen de VVD en SP zou gaan.

 

Hoe anders zou het lopen. Direct al bij aanvang van de campagne ging SP-leider Emile Roemer hard onderuit en moest de VVD op zoek naar een nieuwe tegenstander. ‘Gelukkig’ voor de VVD stond Diederik Samsom op en werd hij de grote uitdager van Mark Rutte, zodat deze zich tegen het ‘andere linkse gevaar’ kon afzetten. De rest is historie.

 

De VVD probeerde in de laatste verkiezingscampagne dat kunstje te herhalen. Echter, op een erg atypische manier. Want nu werd gekozen voor een tegenstander die qua standpunten juist niet diametraal tegenover de VVD stond en waarmee juist veel kiezers worden uitgewisseld, namelijk de PVV van Geert Wilders. Het doel: creëer een tweestrijd om de vraag wie de grootste partij wordt en hamer op het gevaar dat de PVV de grootste partij zou kunnen worden. Demoniseer de tegenstander.

 

Er zijn wel enkele kanttekeningen te maken bij deze strategie.

 

Mark Rutte zat zijn eigen strategie behoorlijk in de weg door zijn opmerking dat hij niet met de PVV zou gaan samenwerken. Weliswaar probeerden de oppositiepartijen en coalitiegenoot PvdA nog een tijdje deze uitspraak van Rutte in twijfel te trekken, maar dat bleek toch niet te werken. Juist door de uitsluiting van de PVV door Rutte, werd de PVV minder relevant. Er was immer geen coalitie meer denkbaar waar de PVV aan zou kunnen deelnemen.

 

De door Mark Rutte menigmaal geuite dreiging dat het rampzalig zou zijn als de PVV de grootste zou worden, verloor nogal aan belang. Want zelfs al zou dat het geval zijn, dan nog zou de PVV buiten spel staan.

 

Bovendien moest de VVD-leider schipperen tussen het hiervoor geschetste doembeeld en het feit dat hij de PVV-kiezers niet buitensloot. Dus geen samenwerking met de PVV als partij, maar wel aandacht voor de PVV-kiezers. Een boodschap die niet altijd even helder was. Over hoe het de VVD alsnog lukte met afstand de grootste partij te worden, kom ik later terug.

 

Eerst zijn er nog enkele andere campagnes waarover opmerkingen te maken zijn.

 

De PvdA maakte er ronduit een potje van door met vrijwel elke campagnewijsheid te breken. De door partijvoorzitter Hans Spekman opgezette ‘strijd’ tussen politiek leider Diederik Samsom en vicepremier Lodewijk Asscher, was bij voorbaat tot mislukken gedoemd. Beide kemphanen waren voluit verantwoordelijk voor het gevoerde beleid van het kabinet Rutte-II en inhoudelijk waren de verschillen niet groot. De kunstmatige strijd werd door de wijze waarop Asscher deze voerde, al snel door de achterban gezien als ‘broedermoord’. Kiezers stroomden niet toe, maar liepen massaal weg.

 

Toen Asscher eenmaal als de ‘verlosser’ op het schild was gehesen, bleef het beeld van een verdeelde PvdA hangen. En als er iets is waar kiezers een bloedhekel aan hebben, is het wel verdeeldheid binnen de partijgelederen. Te meer daar prominenten als Dijsselbloem en Plasterk zich openlijk voor één van de kandidaten uitspraken. Samsom droop als verliezer af en keerde (voorlopig) de dagelijkse politiek de rug toe, hetgeen door velen begrijpelijk als zeer onrechtvaardig werd ervaren.

 

Asscher voerde vervolgens een campagne waar geen touw aan was vast te knopen. Enerzijds prees hij de samenwerking met de VVD van Mark Rutte in het kabinet, terwijl hij anderzijds de VVD-plannen voor de toekomst als asociaal terzijde schoof. Op deze twee gedachten bleef hij de hele campagne hinken. Dat heeft de potentiële PvdA-aanhang echter niet begrepen. De desastreuze verkiezingsnederlaag (van 38 naar negen zetels) was mede daardoor het onvermijdelijke gevolg.

 

Dan zou je toch denken dat die andere linkse partij, de SP, daarvan zou profiteren. Maar ook daar werden onbegrijpelijke keuzen gemaakt. Zo sloot SP-leider Roemer de VVD al direct uit als samenwerkingspartner. Mijns inziens een kapitale tactische blunder. De VVD zou, zo bleek uit de peilingen, een grote kans maken het initiatief te krijgen in de kabinetsformatie. Door de VVD uit te sluiten, zette de SP zichzelf buitenspel voor het kunnen nemen van regeringsverantwoordelijkheid en dus voor het krijgen van invloed. Daarmee kwam Roemer in dezelfde positie als Wilders: een stem op één van die partijen zou een verloren stem zijn.

 

GroenLinks voerde, met de jeugdige lijsstrekker Jesse Klaver (‘de Jessias’), een briljante, sterk op de jongeren gerichte campagne. Dat was echter ook een risico: jongeren blijven nogal eens thuis op de dag van de verkiezingen. Gelukkig voor Klaver gebeurde dat nu niet en haalde hij een klinkende overwinning (van vier naar veertien zetels).

 

Ook het CDA voerde een vrijwel vlekkeloze campagne en dacht in de laatste weken zelfs een reële kans te hebben de grootste partij te worden. Het enige foutje waar de christendemocraten op te betrappen waren was de opmerking van Buma dat Maxima haar Argentijnse paspoort moest inleveren. Een politieke wijsheid staat als een huis: blijf, zeker in verkiezingstijd, van het Koningshuis af.

 

Hoe kan uiteindelijk de winst (nou ja, ze verloren acht zetels maar werden wel de grootste) van de VVD worden verklaard? De kiezer schaarde zich uiteindelijk achter de leider van het land. Precies zoals het campagneteam het had bedacht en zoals uit onderzoek was gebleken. Ook de potentiële VVD-kiezers voelden en voelen zich onzeker over de toekomst van henzelf en van het land. Ze konden uiteindelijk de neiging om dan voor de zekerheid, voor het bekende te kiezen niet weerstaan en stemden weer vertrouwd.

 

Maar daarnaast zou ik hierbij de voormalige Britse premier Harold MacMillan willen citeren. ‘Events, dear boy, events’, zei hij, overigens in een totaal andere context, over wat de politiek kan beïnvloeden.

 

In de Nederlandse politieke geschiedenis hebben we dit eerder meegemaakt. PvdA-leider Joop Den Uyl voerde in 1977 campagne om ‘zijn’ tweede kabinet mogelijk te maken. Hij stond er, na een heel goede campagne al behoorlijk goed voor, maar de treinkaping in het Drentse De Punt gaf hem de gelegenheid zich extra te profileren als het betrouwbare baken in roerige tijden. Dat leverde hem een zetel of vijf extra op.

 

En in dit geval was de rel rondom de Turkse ministers die campagne wilden voeren voor het Turkse referendum het ‘event’. Deze gebeurtenis gaf Rutte de gelegenheid zich te verzetten tegen de Turkse inmenging in Nederland. Andere partijen konden niet anders dan de aanpak van deze ‘Turkse kwestie’ volgen. In tijden van crisis heeft het volk de neiging zich achter de leider te scharen, hetgeen op 15 maart dan ook gebeurde. De VVD van Mark Rutte haalde dertien zetels meer dan de eerstvolgende partij. Een uitslag die door niemand was voorspeld.

 

Henri Kruithof is zelfstandig communicatieadviseur, voormalig lid van het hoofdbestuur van de VVD en was hoofd voorlichting van de VVD-fractie in de Tweede Kamer

 

NB: Dit artikel is eveneens verschenen op de geheel nieuwe website – en staat binnenkort ook te lezen in de eerste papieren editie – van Liberale Reflectie(s), de doorstart van Liberaal Reveil. De nieuwe website is te bezoeken via het adres www.teldersstichting.nl/lr.

Jouw reactie...